21.7
13 februari 2026
1. Meditatie : Maria, de Moeder van Jezus (7)
De dogmatische constitutie van Vaticanum II over de Kerk, Lumen gentium, eindigt met een uiteenzetting over Maria. Het is passend dat wij de gedachtenis vieren “allereerst van de glorierijke Maria altijd maagd, moeder van God en onze Heer Jezus Christus” (n° 52). Zij is de “geliefde dochter van de Vader” en “het heiligdom van de heilige Geest” (n°53). “Door deze uitnemende genadegave gaat zij alle andere schepselen in de hemel en op aarde ver te boven” (n°53).
Vanuit het geheel van de openbaring zien we hoe Maria reeds vanaf het begin in het Oude Testament aangekondigd wordt als degene die de kop van de slang zal verpletteren (Genesis 3, 15), als de maagd die de ‘Emmanuel-God met ons’ zal baren (Jesaja 7, 14). Tussen de armen en nederigen van de Heer is zij bij uitmuntendheid “de dochter van Sion”.
Door haar geloof en gehoorzaamheid heeft zij meegewerkt aan onze verlossing. Kwam de dood door Eva, het leven kwam door Maria: “… hetgeen de maagd Eva door haar ongeloof gebonden had, dat heeft de maagd Maria door haar geloof ontbonden” (n° 56).
Maria is innig verbonden met heel het verlossingswerk van Jezus, reeds vanaf haar ontvangenis, haar bezoek aan Elisabeth, die de voorloper (Johannes de Doper) in haar schoot draagt, de bruiloft van Kana… tot onder het kruis, waar Jezus haar als moeder geeft aan Johannes, die de Kerk vertegenwoordigt. Rond Maria bidden de apostelen om de vervulling van de heilige Geest en na haar sterven wordt zij met lichaam en ziel opgenomen in de hemelse glorie.
Door de invloed van Maria op het heil van de mensen wordt het werk van Jezus als énige Middelaar tussen God en de mensen niet belemmerd maar juist bevorderd.

En haar moederschap, voorspraak en bemiddeling gaan steeds verder. Was zij al moeder bij het bezoek van de engel Gabriel, zij was nog veel meer moeder onder het kruis. Daarom is zij “middelares”, wat niets afdoet aan het enige middelaarschap van Christus, zoals het priesterschap niets vermindert aan het enige priesterschap van Christus als bron.
Maria is als maagd en moeder ook het model van de Kerk. “Want in geloof en gehoorzaamheid heeft zij de eigen Zoon van de Vader hier op aarde gebaard, en wel zonder een man te bekennen, overschaduwd door de heilige Geest” (n° 63). In navolging van Maria is ook de Kerk maagd en moeder.
Zij blijft immers, gaaf en zuiver, trouw aan Christus en verwekt door het Woord en de sacramenten uit kracht van de heilige Geest kinderen voor een nieuw en onsterfelijk leven. In Maria heeft de Kerk haar volmaaktheid al bereikt. “Zij verenigt en weerspiegelt als het ware de hoogste geloofswaarheden” (n°65). Het is nu aan ons om steeds meer op haar toonbeeld te gelijken.
De eredienst die wij brengen aan de Vader, de Zoon en de heilige Geest is er een van uitzonderlijke aanbidding. Geheel verschillend is de eredienst aan Maria. Deze is er een van “verering en liefdebetuiging, aanroeping en navolging” (n° 66). Zij is de allerheiligste, boven alle engelen en mensen verheven. Nadat het derde oecumenisch concilie van Efese (in 431) Maria uitriep tot “Moeder van God” ontstond er over heel de wereld een explosie van Mariaverering en ging de profetie dat ieder geslacht Maria zalig zou prijzen (cf. Lucas 1, 48) in vervulling. De prachtige Romeinse basiliek van Maria Maggiore (432!) is hiervan een schitterende uitdrukking. (In mijn studententijd, zestig jaar geleden, was ik daar enkele weken als priester nog assistent!).
“Zowel elke valse overdrijving als elke overdreven enghartigheid” wil het concilie vermijden (n° 67). Vanuit het kerkelijk leergezag, de kerkelijke liturgieën, de heilige vaders en kerkleraren zullen de theologen “een juiste verklaring geven van de taken en voorrechten van de heilige maagd, die altijd naar Christus verwijzen als naar de bron van alle waarheid, heiligheid en vroomheid” (n° 67).
Maria is “het lichtend teken van de vaste hoop en de vertroosting van het pelgrimerende volk van God” (n° 68). Tenslotte is zij een bijzonder teken van eenheid van de christenen. Het is een grote vreugde dat er onder de gescheiden broeders niet weinigen zijn die aan de moeder van de Heer de verschuldigde eer brengen, “vooral onder de oosterse christenen, die met vurige geestdrift en vrome zin wedijveren om de moeder van God, altijd maagd, te vereren” (n° 69).
In de byzantijnse liturgie wordt meerdere malen per dag het Axion estin (Het is werkelijk passend) gebeden: “Het is werkelijk waardig u te zegenen, Moeder van God, altijd gezegend en volkomen onbevlekt, en Moeder van onze God. Eerbiedwaardiger dan de cherubijnen en glorierijker dan de serafijnen, o Maagd die het Woord van God baarde, u bent waarlijk de Moeder van God; wij verheerlijken u”.
Kortom, zoals niemand anders, bevindt Maria zich in het hart van de grote Christus-mysteries: menswording, Pasen en Pinksteren. Wie is meer met de geboorte en het leven van een kind betrokken dan de moeder? Zij heeft heel het openbaar leven van Jezus intens meegeleefd tot en met zijn verwerping, veroordeling en kruisdood. Zij heeft het lijden en sterven in haar lichaam meegedragen en is in zekere zin met Jezus gestorven. Zijn lijden en dood heeft zij in haar lichaam gedragen. En rond haar verzamelden de apostelen zich om te bidden voor de uitstorting van de heilige Geest.
Ooit hoorde ik een jood met veel vuur getuigen van “het heilige der heiligen” in de tempel van Jeruzalem, als de plaats waar God woonde. Wanneer deze plaats, die slechts een verre voorafschaduwing is van Gods aanwezigheid zoveel eerbied waard is, wat moeten we dan zeggen van Maria die de werkelijkheid van de volheid van de godheid negen maanden in haar schoot gedragen heeft? (Volgende keer een eigen meditatie over Maria als de “eerste gestigmatiseerde” heilige).
P. Daniel
2. Apologie: Preken met atheïst over Jezus (6)
Wanneer werden de Evangelies geschreven? (III)
Waarom de datering van de Evangeliën belangrijk is?
In onze zoektocht om atheïsten en agnosten aan te spreken, is het essentieel om niet enkel het geloofsgetuigenis van de Evangeliën te verkondigen, maar ook hun historische geloofwaardigheid aan te tonen. Alleen zo kunnen we laten zien dat het christelijk geloof niet berust op mythe of legende, maar op betrouwbare historische bronnen.
In de voorbije weken hebben we gezien dat de gangbare opvatting — die de datering van de Evangeliën plaatst tegen het einde van de eerste eeuw na Christus — op heel wat bezwaren stuit. Deze week richten we onze aandacht op een opmerkelijke passage aan het einde van de Handelingen van de Apostelen, die vele schriftgeleerden ertoe heeft gebracht te erkennen dat de Evangeliën waarschijnlijk veel vroeger geschreven werden dan vaak wordt aangenomen.
We keren ons opnieuw tot Dr. Brant Pitre, hoogleraar Schriftonderzoek aan het Augustinus Instituut (VS), om dit intrigerende onderwerp verder te verkennen (1)
Lucas schreef zijn Evangelie na dat van Marcus en/of dat van Mattheüs
Welke oplossing voor het synoptische probleem (2) je ook kiest, alle belangrijke theorieën die we tot nu toe hebben besproken zijn het erover eens dat het Evangelie van Lucas na één (of beide) van de Evangeliën van Matteüs en Marcus werd geschreven.
De reden hiervoor is eenvoudig: Lucas vertelt ons dat er al andere getuigenissen over het leven van Jezus bestonden toen hij besloot zijn Evangelie te schrijven. Hij doet dit in de eerste regels van zijn boek:
“Voor zover velen het op zich hebben genomen om een verhaal samen te stellen van de dingen die onder ons zijn volbracht ... leek het mij ook goed, omdat ik alles al enige tijd van nabij heb gevolgd, om voor u, voortreffelijkste Theofilus, een ordelijk verslag te schrijven” (Lucas 1,1-3).
In het licht van deze woorden en de uitgebreide woordelijke parallellen tussen Lucas en de Evangeliën van Marcus en Matteüs, zijn veel schriftgeleerden het erover eens dat Lucas bij het schrijven van zijn Evangelie één of beide van deze Evangeliën als bron gebruikte.
Lucas en de Handelingen van de Apostelen
Dit is belangrijk voor de datering, want de Handelingen van de Apostelen — eveneens geschreven door Lucas (zie Handelingen 1,1) — lijkt veel eerder geschreven te zijn dan vaak wordt verondersteld.
Het boek eindigt met een beschrijving in de eerste persoon meervoud (wat duidt op het feit dat de schrijver, Lucas, erbij was) van de aankomst van Paulus in Rome en zijn periode van huisarrest:
“En toen we in Rome aankwamen, mocht Paulus alleen blijven, met de soldaat die hem bewaakte (…) Hij woonde daar twee hele jaren op eigen kosten en verwelkomde iedereen die naar hem toe kwam, verkondigde het koninkrijk van God en onderwees over de Heer Jezus Christus met alle vrijmoedigheid en zonder belemmeringen” (Handelingen 28,16; 30-31).
De abrupte afloop van Handelingen
Zo eindigen de Handelingen van de Apostelen. Dat roept een belangrijke vraag op: waarom stopt Lucas zo abrupt bij de gevangenschap van Paulus in Rome rond het jaar 62 na Christus?
Als Handelingen aan het einde van de eerste eeuw werd geschreven, waarom vermeldt Lucas dan niet het martelaarschap van Paulus onder keizer Nero aan het einde van de jaren ’60? Bovendien benadrukt Lucas in zijn hele boek de parallellen tussen het leven van Jezus en dat van Petrus en Paulus. Waarom zou hij dan de meest opvallende parallel — hun executie — niet vermelden?
Een eenvoudige en logische verklaring
Het meest voor de hand liggende antwoord is eenvoudig: Lucas stopte zijn verhaal op dat precieze moment, voor Paulus’ executie. Met andere woorden: Handelingen werd geschreven rond 62 na Christus, terwijl Paulus nog leefde.
Juist dit punt bracht de beroemde Duitse schriftgeleerde Adolf von Harnack ertoe om, na een leven lang onderzoek naar de vroege Kerk, zijn standpunt te herzien en te concluderen dat zowel Handelingen als de synoptische Evangeliën werden geschreven terwijl Paulus nog in leven was (3)
Hij staat daarin niet alleen. Andere recente onderzoekers, zoals Alexander Mittelstaedt, kwamen na grondige studie tot dezelfde conclusie: Handelingen is geschreven vóór de executie van Paulus. De logica van dit argument is erg overtuigend - vooral als we ons de zwakke redenen herinneren die worden gegeven om het Evangelie van Lucas te dateren na de verwoesting van Jeruzalem.
Vergelijkbare voorbeelden uit de geschiedschrijving
Er is niets onaannemelijks aan het feit dat Lucas zijn verslag beëindigde “tot op deze dag”. Op dezelfde manier beëindigde de eerste-eeuwse historicus Flavius Josephus zijn Joodse Oudheden (20.267) toen hij “tot op de dag van vandaag” was gekomen — eenvoudigweg omdat er op dat moment niets meer te vertellen viel.
Een moderner voorbeeld maakt dit duidelijker: George Weigel sloot het eerste deel van zijn biografie van paus Johannes Paulus II af zonder diens latere ziekte of overlijden te vermelden. Waarom? Omdat die gebeurtenissen nog niet hadden plaatsgevonden toen het boek in 1999 werd gepubliceerd.
Zo eindigen veel historische werken en biografieën: ze brengen het verhaal “tot op de dag van vandaag”.
Gevolgen voor de datering van de synoptische Evangeliën
Als Handelingen vóór de dood van Paulus werd geschreven, en dus na het Evangelie van Lucas, dan volgt daaruit dat Lucas zijn Evangelie schreef terwijl Paulus nog leefde.
En als Marcus en/of Matteüs vóór Lucas werden geschreven (vgl. Lucas 1,1-4), dan betekent dit dat ook deze Evangeliën — minstens twee van de drie — tot stand kwamen vóór het jaar 62 na Christus
Een kleiner tijdsinterval dan vaak gedacht
Als we het einde van Handelingen als aanwijzing nemen, kunnen we dus een sterke zaak maken dat ten minste twee — en mogelijk alle drie — synoptische Evangeliën vóór 62 na Christus werden geschreven.
Dat verkleint het veronderstelde tijdsinterval tussen het leven van Jezus en het op schrift stellen van de Evangeliën aanzienlijk. In plaats van een datering in de jaren ’70, ’80 en ’90, komen we dan uit in het begin van de jaren ’60 of zelfs nog eerder — binnen enkele decennia na de dood en verrijzenis van Jezus Christus.
Conclusie
De synoptische Evangeliën (Mattheüs, Marcus en Lucas) werden hoogstwaarschijnlijk geschreven voor de jaren ’60. Maar zelfs een vroegere datering roept een belangrijke vraag op: hoe konden de Evangelisten de exacte woorden van Christus herinneren? Daar gaan we volgende week dieper op in.
(1) Wat volgt is een anthologie van PITRE Brant. The case for Jesus. Image/New York, 2016, p. 98-101
(2) De evangelisten Mattheüs, Marcus en Lucas worden kortweg de ‘Synoptici’ genoemd omdat hun evangeliën zoveel overeenkomsten vertonen, dat ze ter vergelijking kunnen worden geplaatst in een kolommenoverzicht: een zogeheten ‘synopsis’, ‘samen gezien’
(3) Het resultaat is dan ook dat de afsluitende verzen van de Handelingen der Apostelen, in combinatie met de afwezigheid van enige verwijzing in het boek naar het resultaat van het proces van Paulus en zijn martelaarschap, het in hoge mate waarschijnlijk maken dat het werk werd geschreven op een moment dat het proces van Paulus nog in leven was (Adolf von Harnack, The Date of the Acts and of the Synoptic Gospels). (trans. J.R. Wilkinson; repr. Eugene, OR; Wipf&Stock 2004 [original 1911], 99.
P. Jean
3. Kerk en wereld
Jalil, een Amerikaanse moslim, ontdekte de persoonlijke en onvoorwaardelijke liefde van Jezus en bekeerde zich tot het katholicisme. Het is een weg die veel moslims ongetwijfeld zullen herkennen.
Hij hield zich trouw aan alle islamitische voorschriften: de vijf dagelijkse gebeden, de ramadan en het nauwgezet lezen en bidden van de Koran. Toch bleef er, net als bij veel moslims, een diep gevoel van onrust en onzekerheid in zijn hart. Op zijn matje biddend naast een katholieke kerk vond hij een innerlijke rust die meer bevorderlijk was voor het gebed en ontmoette hij een priester die hem een nog geschiktere plek aanbood in de aangrenzende tuin.
Daar ervoer hij eindelijk Gods onvoorwaardelijke en persoonlijke liefde, wat voor hem in de islam onmogelijk was. Hij begon in zijn eigen woorden te bidden, niet langer met behulp van de Koran. Via de priester ontdekte hij Jezus. Hij begreep dat de islam draait om verplichtingen en rituelen, terwijl het christendom een persoonlijke relatie is met de Vader, Jezus en de Heilige Geest! Verstoten door zijn ouders, zijn familie en de moslimgemeenschap, werd hij, samen met zijn vrouw en dochter, hartelijk verwelkomd door de priester en de parochiegemeenschap. Uiteindelijk erkenden ook zijn ouders dat hij nu gelukkiger was dan ooit voorheen:
***
Een gevatte uitleg van de grote historische betrouwbaarheid en waarheid van de evangeliën in het licht van de tegenstrijdigheden in de Koran. De Amerikaan Sam Shamoun reageert krachtig op de kritiek van een moslim die de authenticiteit van de evangeliën en het christelijk geloof ontkent. Deze laatste beweert dat het ware evangelie verloren is gegaan, dat Jezus niet aan het kruis is gestorven en dat Paulus het christelijk geloof heeft verzonnen. Sam toont duidelijk aan dat de Evangeliën in wezen gebaseerd zijn op ooggetuigenverslagen en geen tegenstrijdigheden bevatten. De betrouwbaarheid van de Evangeliën staat in schril contrast met die van de Koran, die lang na Mohammed is geschreven:
***
Van een westerse, christelijke beschaving zijn we overgegaan naar het rijk van de Antichrist. Volgens de Russische filosoof en invloedrijke geopolitieke analist Alexandr Dugin wordt dit overduidelijk uit de onthullingen rond Epstein (+ 2019?). Het westen is, volgens hem vervallen tot een duivelse beschaving, het rijk van de Antichrist. Het wil transgenderisme doorvoeren, LGBT legaliseren, abortus en euthanasie steeds meer bevorderen, allerlei immorele en mensonwaardige perversiteiten als normaal doen aanvaarden. Dit gaat uit van een elite, de hoogste leiders, die in werkelijkheid criminele wereldleiders blijken te zijn. “Het was voor deze missie – om zich tegen de antichrist te verzetten – dat ons Russische volk door Christus is uitverkoren”.
Er worden allerlei pogingen ondernomen om het belang hiervan te minimaliseren en de Amerikaanse president D. Trump beweerde ooit luid en openlijk dat er helemaal geen files bestonden, maar volgens Dugin is de zaak veel erger dan op het eerste gezicht lijk. We zien nog maar het topje van de ijsberg. Epstein had met ambitie en hebzucht, grote sociale vaardigheid en ’n perverse geest een hecht netwerk opgezet met de machtigste leiders van de westerse wereld, presidenten, royals, de Rothschilds en bankiers, beroemdheden, regeringen, leiders van de grootste internationale organisaties…
Dit gebeurde op zijn twee privé eilanden in de Caraïbische zee: Little Saint James en Great Saint James. Alles werd gefilmd en opgenomen. Hierachter schuilt een wereldwijd netwerk van pedofilie, immorele perversiteiten, criminele activiteiten, politieke manipulatie en chantage. Blijkbaar werd ook het zogenaamde covid-vaccin als bio wapen tegen de mensheid van hieruit georkestreerd. Het is nu “het uitschot dat de wereldmacht heeft gegrepen”.
“Als je tot de elite wilt behoren, pleeg dan een monsterlijke misdaad voor de camera, en dan, nadat je volledig in diskrediet bent gebracht, kun je toetreden tot de regering en de instructies van een bepaald centrum uitvoeren”. En het is …”Israël [dat] dergelijke informatie gebruikte om de Amerikaanse en mogelijk ook de wereldpolitiek te controleren”.
“Het was Israël dat het Amerikaanse beleid aanstuurde en het chantageproces coördineerde. Tegelijkertijd maakten Epstein en zijn entourage geen geheim van hun openlijke zionistische racisme”. “We weten nu zeker dat Amerika wordt gecontroleerd door de Mossad, Israël en agressieve rechtse zionisten”. “Het doel is simpel: Trump chanteren om een oorlog met Iran te beginnen of de relaties met Rusland te doen escaleren”.
Dit betekent volgens Dugin dat de moderne westerse elite zo immoreel is dat ze geen enkel moreel gezag heeft om anderen de les te spellen. Zij streven naar “een duivels systeem van wereldregering”. Het wordt duidelijk dat we “…in het tijdperk van de antichrist leven en dat de westerse beschaving zijn beschaving is”.
“De wereld staat aan de vooravond van een echte catastrofe”. Deze elite verklaart de oorlog aan iedereen die er geen deel van uitmaakt. Iedere persoon, ieder land en iedere regering die zich niet wil onderwerpen aan deze duivelse heerschappij wordt genadeloos besteden of uitgeschakeld.
Hiertegen is een radicale, nieuwe morele her opstanding nodig. “Alle krachten die niet onder de totale controle staan van dit mondiale “Epstein Island” en het pedofiele netwerk van liberale elites moeten in opstand komen”. We moeten de westerse leiders oproepen om berouw te tonen, om deze duivelse overheersing te verwerpen om terug te keren naar een correct, evenwichtig en verantwoordelijk gedrag: https://www.frontnieuws.com/alexander-dugin-epstein-bestanden-onthullen-israelische-controle-en-netwerk-van-satanische-elites/Bovenkant formulier
Alexandr Dugin bekijkt deze situatie vanuit zijn Russische situatie. Ziehier enkele gedachten ter aanvulling. Iedere christen kan in het laatste bijbelboek, de Openbaring, een even duidelijke situatieschets van onze huidige wereldsituatie lezen, over de draak en de beesten die de samenleving overheersen en ieder die hen niet volgt meedogenloos bestrijden (Openbaring 13). Vervolgens tracht deze antichristelijke westerse beschaving ook de Kerk in haar val mee tee sleuren. En tenslotte mogen we niet vergeten dat iedere donkere nacht altijd een lichtende ster heeft en dat er in iedere hel op aarde altijd een stukje hemel te vinden is. Maximiliaan Kolbe, Edith Stein en vele anderen hebben dit in de concentratiekampen van de nazi’s bewezen.
4. Enkele foto’s
Ons souvenirwinkeltje richt zich vooral op toeristen uit het buitenland. Moentadjaat deir mar ya’qub = producten van het klooster van de heilige Jakob. Het helpt ons om zelf onderhoudend te worden. Vele Syriërs zijn arm en hebben zelf hulp nodig. We bieden eigen producten en religieuze voorwerpen aan: gedistilleerd water van rozen van Damascus, rozemarijn, lavendel, zalf van verschillende kruiden, abrikozenconfituur, rozenkransjes, armbandjes, oorringen, sierkaarsjes, sierdoosjes en -staanders, hand gebreide poppen, schoudertassen… Syriërs kunnen gratis een Arabisch Evangelie of religieus boek meenemen.













