21.6
6 februari 2026
1. Meditatie: Een onbeduidend gebeuren wordt het Licht voor alle volken
Het feest van 2 februari, “O.L. Vrouw Lichtmis” of de “Opdracht van de Heer in de tempel”, dat de kersttijd afsluit, verdient enkele beschouwingen.
De aanleiding van dit feest ligt in de zogenaamde “zuivering van Maria”, 40 dagen na de geboorte van haar Eerstgeboren Zoon, volgens de wet van Mozes (Exodus 13, 2 en Leviticus 12, 6). Zij moet haar Kind, dat God toebehoort, als het ware terugkopen, met een klein offer (2 jonge duiven) en zich zuiveren. Hoewel noch Maria noch Jezus deze zuivering nodig hebben, willen zij onder de Wet staan en zullen haar tot vervulling brengen. Jezus is het einddoel (Grieks: telos) van de Wet (cf. Romeinen 10, 4)
In de oosterse liturgie wordt dit feest “Hypapante” (= ontmoeting) genoemd. Het is de ontmoeting van de Heer Jezus met zijn volk, vertegenwoordigd door de oude Simeon en Anna. Het is de ontmoeting van het N.T. met het O.T. of van het Evangelie met de Thora. De ontmoeting van de Baby met de ouderling is tevens de manifestatie van Jezus aan zijn volk.
Simeon wordt op oosterse iconen voorgesteld als profeet en priester. Hij zegent het gezin. Hij voorspelt Jezus als het licht voor de volkeren en de glorie van Israël. Tevens wijst hij op de grote rol die Maria door haar lijden zal innemen in het verlossingswerk: “uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord” (Lucas 2, 35).
Het is vooreerst een feest van Jezus. Hij manifesteert zich als de nieuwe Mozes, het einddoel en de vervulling van de Wet, die zelf volledig onder de Wet wilde staan. Dit is reeds de voorafbeelding van zijn sterven op het kruis wanneer Jezus zal zeggen: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn Geest” (Lucas 23, 46).
Het is vervolgens een feest van Maria die haar Kind opdraagt en onder het kruis deze opdracht zal voltooien. Wanneer zij het dode lichaam van haar Zoon op haar schoot ontvangt, zal zij zich geheel verenigen met zijn totale overgave aan de wil van de Vader.
Ook in het oosten is dit “feest van de Heer” een belangrijk “Mariafeest”. “Vandaag is de Heilige Maagd, hoger en heiliger dan het Heiligdom, de tempel binnen gegaan om aan de wereld Hem te tonen die de Wet heeft gegeven en voltooid” (Grote Vespers).
Tenslotte is het een feest van Licht. De oude Simeon spreekt over dit Kind als “…een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël” (Lucas 2, 32). In de westerse liturgie zijn de zegening van de kaarsen en de kaarsenprocessie nog uitdrukkelijk bewaard. Deze bestonden reeds in de 4e eeuw in Jeruzalem, volgens het getuigenis van Egerie in haar reisverslag.
Met Lichtmis wordt de kersttijd definitief afgesloten en Pasen aangekondigd waardoor het op bijzondere wijze deze twee feesten met elkaar verbindt.
In de westerse vieringen wordt dikwijls aan kinderen een speciale plaats gegeven. Ook worden dan bij voorkeur alle kinderen die het voorbije jaar gedoopt werden herdacht. Johannes Paulus II heeft in 1997 een werelddag van het Godgewijde leven afgekondigd en daarvoor dit feest van 2 februari gekozen.
Dit feest is tenslotte een gelegenheid om de werkelijke grootheid te ontdekken van het blijvende heil, dat God weeft doorheen de menselijke geschiedenis. Hij doet dit bij voorkeur met eenvoudige, kleine en zwakke mensen. De opdracht van Jezus in de tempel, de aanwezigheid van Maria en Jozef, de oude Simeon en Anna hadden voor geen enkele belangrijke geschiedschrijver van die tijd enige betekenis.
Er was geen aanwezigheid of afvaardiging vanwege de hoogste kerkelijke en burgerlijke overheid. Deze gebeurtenis had evenmin enige invloed op de openbare opinie of een weerslag op het maatschappelijke leven. En dit zijn voor ons de gewone maatstaven om iets belangrijk te vinden en er onze aandacht aan te besteden.
Lichtmis nodigt ons uit om afstand te nemen van de uiterlijke schijn van menselijke grootheid die voor het werkelijke goed van de mensen en de geschiedenis van onze samenleving niet alleen geen betekenis heeft, maar bovendien meestal slechts ellende, geweld en lijden meebrengt. Dikwijls is de hoogte van de standbeelden van ‘aardse groten’ evenredig met de oorlogen en de miserie die zij brachten voor anderen.
Maria en Jozef, Simeon en Anna worden daarentegen innerlijk bewogen door de heilige Geest. Dat alleen maakt de gebeurtenis waarin zij hun taak vervullen onsterfelijk. Zij leven niet voor de menselijke tijd, de ‘chronos’, genoemd naar de god uit de Griekse mythologie die zijn eigen kinderen opeet. Zij leven in het ‘kairos’, de goede gelegenheid, de geschiedenis van God, die de mensen voorbereid op het eeuwige heil en de glorievolle Wederkomst van Christus.
P. Daniel
2. Apologie: Over de waarheid van de Bijbel (5)
Wanneer werden de Evangeliën geschreven? (II)
Het antwoord op deze vraag is belangrijk, zeker als we met atheïsten/agnosten praten en hen willen bewijzen dat de Evangeliën historisch betrouwbaar zijn. Hoe dichter bij de dood en verrijzenis van Jezus Christus de Evangeliën geschreven zijn, hoe geloofwaardiger.
In standaard tekstboeken worden de schrijfdata van de Evangeliën vaak tegen het einde van de eerste eeuw geplaatst.
Vorige week hebben we gezien dat één van de voornaamste redenen daarvoor is dat een groot deel van de hedendaagse schriftgeleerden ten onrechte oordeelt dat de profetieën van Christus over de verwoesting van de Tempel in ’70 na Chr. niet van Christus komen, maar dat ze na de effectieve verwoesting van de Tempel door de Romeinen in de verschillende Evangeliën zijn neergepend.
Vandaag willen we naar de tweede belangrijke reden kijken waarom vele moderne schriftgeleerden ten onrechte de schrijfdata van de Evangeliën zo laat plaatsen. Net als bij de eerste reden zullen we merken dat er nogal wat haar in de boter zit.
Twee-Bronnen Theorie (1)
Het tweede grote probleem voor het dateren van de synoptische Evangeliën aan het einde van de eerste eeuw na Christus is gebaseerd op een bepaalde theorie over de volgorde waarin de Evangeliën zijn geschreven. Deze theorie staat bekend als de Twee-Bronnen Theorie.
Volgens deze theorie werd het Evangelie van Marcus als eerste geschreven. Rond dezelfde tijd zou er ook een hypothetisch evangelie zijn ontstaan, dat door moderne schriftgeleerden “Q” (van het Duitse Quelle, wat “bron” betekent) wordt genoemd.
Volgens deze theorie zouden Lucas en Matteüs Marcus en “Q” als hun twee primaire bronnen gebruikt hebben bij het schrijven van hun Evangeliën.
Alle passages die alleen in het Evangelie van Matteüs worden gevonden, worden toegeschreven aan een hypothetische bron die “M” wordt genoemd.
Alle passages die alleen in het Evangelie van Lucas worden gevonden, worden toegeschreven aan een hypothetische bron die “L” wordt genoemd.
Gevolgen voor de datering
Voor veel schriftgeleerden speelt de Twee-Bronnen Theorie een sleutelrol in de datering van de synoptische Evangeliën aan het einde van de eerste eeuw.
De redenering is als volgt:
Als Marcus geschreven werd rond de tijd van de verwoesting van de Tempel (70 na Chr.),
en als Matteüs en Lucas Marcus als bron gebruikten,
dan moeten Matteüs en Lucas na 70 na Chr. geschreven zijn.
Door Marcus vervolgens tien tot twintig jaar de tijd te geven om door het Romeinse Rijk te circuleren en zijn weg te vinden naar de andere twee evangelisten, komen voorstanders van deze visie tot een “ruwe schatting” van 80–85 na Christus voor de Evangeliën van Matteüs en Lucas.
Weerlegging van de Twee-Bronnen Theorie
Hoewel dit op het eerste gezicht een logische methode lijkt om de Evangeliën te dateren, blijkt bij nadere beschouwing dat deze redenering aanzienlijke zwakheden vertoont.
Probleem 1 — De datering van Marcus is onzeker
Zoals we vorige week hebben gezien: als het Evangelie van Marcus niet rond het jaar 70 na Christus kan worden gedateerd op grond van Jezus’ profetieën over de verwoesting van de Tempel, dan vervalt daarmee één van de belangrijkste argumenten om te stellen dat Matteüs en Lucas pas na die gebeurtenis zijn geschreven.
Probleem 2 — Geen consensus over de volgorde
Als er één onderwerp is waarover sinds het ontstaan van het christendom wordt gedebatteerd, dan is het wel de volgorde waarin Matteüs, Marcus en Lucas zijn geschreven.
Hoewel de vroege kerkvaders het unaniem eens waren over de auteurs van de Evangeliën, verschilden zij van mening over de volgorde:
Clemens van Alexandrië: Matteüs → Lucas → Marcus → Johannes
(Eusebius, Kerkgeschiedenis 6.14.6-10)Origenes van Alexandrië: Matteüs → Marcus → Lucas → Johannes
(Eusebius, Kerkgeschiedenis 6.25.3-6)Tertullianus van Carthago: Matteüs en Johannes eerst gepubliceerd, daarna Marcus en Lucas
(Tertullianus, Tegen Marcion, 4-5)
Het synoptische probleem
In de moderne tijd is het debat zo complex geworden dat men spreekt van “het synoptische probleem”.
Hoewel veel populaire boeken alleen de Twee-Bronnen Theorie vermelden, is dit zeker niet de enige oplossing. In de laatste honderd jaar zijn meerdere theorieën ontwikkeld over de volgorde van ontstaan van de synoptische Evangeliën, verdedigd door gerespecteerde schriftgeleerden.
We kunnen niet uitvoerig op al deze theorieën ingaan — dat zou een volledig boek vergen. Het punt is eenvoudig:
Als experts het niet eens zijn over de oplossing van het synoptische probleem — en er bestaan tientallen theorieën — dan mag de Twee-Bronnen Theorie niet als vaststaand feit worden gepresenteerd waarop men de late datering van Matteüs en Lucas baseert.
Het probleem van “Q”
De Twee-Bronnen Theorie is de laatste jaren bovendien zwaar onder vuur gekomen.
Het bestaan van het hypothetische Q-evangelie is in twijfel getrokken door geleerden zoals Mark Goodacre, wiens boek The Case Against Q (2002) een sterke kritiek biedt.
Belangrijke bezwaren:
Er is nooit een manuscript van Q gevonden.
Geen enkele kerkvader verwijst naar Q.
De theorie steunt op een hypothetische bron zonder historisch bewijs.
Er bestaan meerdere interne problemen in de theorie.
Sanders en Davies concludeerden zelfs:
“Van alle oplossingen is deze [de twee-bronnentheorie], die de dominante hypothese blijft, de minst bevredigende.” (2)
Tussenbesluit
Als Sanders en Davies gelijk hebben, dan kan de Twee-Bronnen Theorie zeker niet als feitelijke basis worden voorgesteld om de Evangeliën laat te dateren.
Conclusie
Maar wanneer werden de Evangeliën dan geschreven?
Standaard tekstboeken plaatsen ze tegen het einde van de eerste eeuw. Zoals we gezien hebben, is deze datering vooral gebaseerd op:
De overtuiging dat Jezus de verwoesting van de Tempel niet kon voorspellen → dus na 70 na Chr.
De Twee-Bronnen Theorie → die eveneens weinig overtuigend blijkt.
Is er enig spoor voor een duidelijk antwoord? Zeker! Volgende week meer.
(1) Wat volgt is een anthologie van: PITRE Brant. The case for Jesus. Image/New York, 2016, p. 94-98
(2) Sanders and Davies, Studying the Synoptic Gospels, 117 (emphasis added).
P. Jean
3. Kerk en wereld
Getuigenis van nederigheid en vertrouwen op God vanuit de katholieke parochie in Groenland. De Sloveense franciscaan Tomaž Majcen is pastoor van de enige katholieke parochie in Nuuk, hoofdstad van Groenland. Ze heeft ‘n 500 katholieken, terwijl er in heel het land ‘n 800 katholieken zijn op een totale bevolking van ‘n 57.000. De inheemse bevolking wordt ‘inuit’ genoemd, wat ‘de mensen’ betekent. Ze zijn fier op hun eigenheid en land.
“De meeste mensen horen tot de lutherse kerk en het christelijk geloof beheerst al generaties lang de Groenlandse maatschappij. De kerk blijft belangrijk voor de grote momenten van het leven: doopsels, vormsels, huwelijken, begrafenissen en Kerstmis. Het zijn gebeurtenissen van een hecht gemeenschapsleven van families en dorpelingen”
Er is nu een soort culturele vernieuwing bezig waarbij de bevolking haar inuit tradities herontdekt. Het geloof wordt sterk beïnvloed door de omgeving zelf zodat het gekenmerkt wordt door nederigheid en verwondering. De afstanden zijn enorm. Reizen zijn afhankelijk van de mogelijkheden van het weer en moeten dikwijls uitgesteld worden zodat men geduld leert en leeft met de natuur. Het besef dat het leven in Gods hand ligt is levendig. Hoe staat die pastoor tegenover de woelige tijd waarin we leven? Hij ziet zijn roeping niet in een politiek engagement: “Als priester zie ik mijn taak niet in het voeden van de angst of de woede, maar in het aanmoedigen tot vrede, dialoog en gebed”: vredehttps://lesalonbeige.fr/le-groenland-compte-une-paroisse-catholv nuitique/
***Amerikaanse jongeren van 18 tot 29 jaar zijn steeds meer “pro life”. Dit lijkt te worden aangetoond door verschillende onderzoeken van Gallup en anderen. In 2023 schommelde het aantal jongeren dat pro-life was tussen 8 en 11 %. In 2025 was dit 37 %! Dit is hoopvol en bovendien ook merkwaardig. Er heerst nog steeds een verwoede strijd in de VS (en elders) tussen voor- en tegenstanders van abortus. De media worden overspoeld door desinformatie om abortus te promoten als persoonlijke vrijheid, veiligheid, goede gezondheidszorg… Ondertussen kan de pro-life beweging in de media nauwelijks iets van de verwoestende gevolgen van abortus of de abortuspil laten doorklinken. Hetzelfde probleem zagen we overigens met de kunstmatige contraceptie. De grote fysische, psychische en morele gevolgen daarvan komen nauwelijks in het nieuws. Dit betekent tevens dat de basis van de pro-life beweging stevig is en in staat om eens een definitieve en radicale ommekeer te bewerken tot en met de totale afschaffing van abortus: https://lesalonbeige.fr/les-jeunes-americains-sont-de-plus-en-plus-pro-vie/
***
Jezus Christus is het centrum van de geschiedenis en we bereiden ons voor op zijn glorievolle Wederkomst. Edouard-Marie GALLEZ, Le Christianisme face aux autres religions. Jésus-Christ est le « centre de l’histoire », Artège, 2025. Deze Franse theoloog schreef eerder een belangrijk werk over de oorsprong van de islam.
Nu toont hij aan dat er alleen maar een “vóór Christus” en een “na Christus” bestaat. En alle godsdiensten van onze tijd dragen een onmisbare stempel van het christendom, ook wanneer zij deze bestrijden. Zij sluiten aan bij het diepe verlangen van de mens om bevrijd te worden van het kwaad en komen dan tot een vervormd messianisme of totalitarisme.
“De God van het Oude Testament geeft de keuze tussen het leven en de dood. Jezus geeft de keuze tussen het leven en het eeuwige leven”. Het christelijk geloof heeft een duidelijke visie op het einde van de geschiedenis met de glorievolle wederkomst van Christus. Door de verzwakking van het christelijk geloof en het loslaten van deze wederkomst van Christus konden islam, boeddhisme… groeien. Het boeddhisme kent helemaal geen geschiedenis. En het einde van de geschiedenis voor de islam is het opleggen van de wet van Mohammed met ijzen hand aan alle mensen, maar het kent geen” verlossing”.
De islam zoekt niet naar het Rijk Gods en heeft er ook geen besef van. En de enige horizon van het boeddhisme bestaat in het ontsnappen aan de deterministische cyclus van het karma. Schrijver noemt vervolgens allerlei vormen van “post-christianisme”.
Het huidige “ecologisme” noemt hij een afgodendienst. En het feitelijk einde van de “nieuwe antropologie van de EU” is de dood van de naties. “Bepaalde uitingen van deze post-christianismen zijn grote religieuze vormen, andere zijn eenvoudige religieuze fenomenen; nog anderen zijn ideologieën, die de wind in de rug hebben en de steun van de media van de vazalstaten van de VS”. Het transhumanisme is een messianisme dat voortkomt uit een geestelijke leegte.
“De nieuwe godsdiensten leven in het eeuwige nu van een virtuele en numerieke wereld die zij menen op te bouwen. Zij willen het verleden uitwissen, vooral van het christendom”
Schrijver vindt heel zijn bezorgdheid terug in het onderwerp van de apostolische aansporing van Johannes-Paulus II over de kerk in Europa, Ecclesia in Europa: https://lesalonbeige.fr/ce-qui-a-favorise-les-post-christianismes-cest-loubli-ou-leffacement-de-la-seconde-venue-du-christ/
4. Enkele foto’s
- Lichtmis: zegening van kaarsen en processie vóór de Eucharistie
- Zegening van brood en olie daarna
- Avonds picknick-barbecue, met enkele vrienden die ons het eten bezorgden
- Paletten voorbereiden voor de omheining van de kleine groentetuin
- Op bestelling geschilderde icoon van Jezus, Maria en Johannes de Doper
- Regenboog boven de opslagplaats van goederen voor de humanitaire hulp










