21.32
Vrijdag 7 augustus 2026
1. Meditatie: Voor een menswaardige stervensbegeleiding
Geen “therapeutische hardnekkigheid”
Door de enorme toename van de medisch-technische mogelijkheden is de geneeskunde al decennialang in staat een menselijk leven nagenoeg eindeloos te verlengen, ook wanneer geen enkele verbetering van de levenskwaliteit in zicht is. Dit wordt “therapeutische hardnekkigheid” genoemd.
De Belgische orde van geneesheren heeft dit in 1986 terecht als probleem bestempeld. Ook iedere gewone burger kan zich de vraag stellen of het technisch vervangen van levensbelangrijke organen (hart, longen) wel zinvol is. Een gezond principe lijkt hier te zijn: medische techniek mag helpen, niet vervangen. Zoniet, wordt het een triomf van de geavanceerde techniek en een bijkomend lijden voor de stervende.
De Londense hospice-beweging
Einde van de jaren ’60 van vorige eeuw stichtte Cicely Saunders in Londen de “hospice-beweging” voor stervenden. Ze werden deskundig verzorgd, niet in een ziekenhuis, maar in een soort gastenverblijf met een huiselijke sfeer, waar geen operaties en ingrepen meer uitgevoerd werden.
Er werd rekening gehouden met het “totale lijden”- niet alleen het lichamelijke - maar ook het psychische, sociale en geestelijke lijden. Bovendien werd hierbij ook gans de familie betrokken. Uit deze hospice-beweging is de huidige palliatieve zorg ontstaan als een attentvolle verzorging van de stervende in al zijn/haar noden.
De euthanasiewetten
De neiging om langs de geneeskunde toch rechtstreeks in te grijpen in het sterven van mensen, was evenwel niet verdwenen. De wettelijke mogelijkheden om een stervende te helpen zijn dood te bespoedigen begonnen met de Oregon Death with Dignity Act in de VS in 1997. Nederland volgde in 2001 en België heeft sinds 2002 zijn euthanasiewet. Op dit ogenblik woedt er in Frankrijk een heftige strijd rond een verregaande euthanasiewetgeving.
De “zelfdodingen met assistentie” in Oregon, de eerste jaren na de legalisatie, bleken zich voor de helft te beroepen op deze drie motieven: de omstandigheden van zijn dood zelf in handen willen nemen, zichzelf klaar achten om te sterven, de rest van zijn leven als zinloos beschouwen.
Zo is het onder bepaalde voorwaarden wettelijk toegestaan iemand die wil sterven te helpen bij zijn zelfdoding. Of de strikte voorwaarden ook in de praktijk nageleefd worden, blijft een grote vraag. En in hoeverre de controle achteraf efficiënt werkt of niet werkt eveneens.
Het blijkt voor velen zo moeilijk om eigen leven te beschouwen als een gave van God. Men denkt alles zelf in handen te moeten en kunnen nemen, wat een illusie is. Dan worden ouderdom, onvolmaaktheden, lijden en sterven steeds minder geduld als een natuurlijk proces dat bij onze aardse pelgrimstocht hoort.
Een menswaardige begeleiding
Er zijn echter toegewijde dokters en verzorgers die beseffen dat onder de vraag naar euthanasie van hun patiënten vele andere noden verborgen liggen, waaraan niet voorbijgegaan mag worden (1). Het gaat niet alleen om lichamelijk leed, maar ook om psychologisch, spiritueel en sociaal lijden. De vraag naar euthanasie is dikwijls een schreeuw: Laat me voelen dat ik nog waardevol ben! (blz. 35). “Wie lijdt wil begeleid worden, zelfs al wil hij sterven” (blz. 81).
Deze gewetensvolle verzorgers bieden weerstand aan euthanasie en nemen hun volle verantwoordelijkheid door iets veel beters aan te bieden: palliatieve zorgen. Zij willen dat er geïnvesteerd wordt in kwaliteitszorg (blz. 105). Zij maken duidelijk dat ze de patiënt nabij zullen blijven tot het einde, dat zijn/haar leven waardevol blijft, dat zij daarbij veel lijden kunnen verzachten en alle onderliggende zorgen willen ter harte nemen (blz. 26 en vv). “Hoe natuurlijker het sterven, hoe natuurlijker ook het rouwproces zal zijn” (blz. 43).
De palliatieve zorgen zijn er geenszins op gericht om het leven te verkorten of te verlengen maar het is een manier om waardig en menselijk te leven tot het einde toe. “De geneesheer is er om soms te genezen, dikwijls te verlichten en altijd te troosten” (blz. 69). Zijn taak is: hoop geven en het leven beschermen ook van hen die euthanasie vragen. Het zijn vooral de resultaten van deze levenshouding die zo indrukwekkend zijn.
Aangrijpende voorbeelden
Een patiënt vraagt euthanasie maar krijgt in de plaats daarvan uitgebreide palliatieve zorgen en leeft nog drie jaar. Hij zegt dat hij maar wat blij is dat ze destijds op zijn vraag naar euthanasie niet zijn ingegaan (blz. 29). Een dame van 50 jaar, die 32 medicamenten per dag neemt en 4 zelfmoordpogingen heeft ondernomen eist, gesteund door haar man, euthanasie.
Ze krijgt daarentegen de nodige palliatieve zorgen. Na aanvankelijk heftig protest aanvaarden ze wat hen wordt aangeboden. Uiteindelijk sterft de vrouw vredevol in de armen van haar man. Een week later komt de man de dokter bedanken met een doos pralines en vraagt hem of, als zijn tijd gekomen is, hij ook op deze wijze mag begeleid worden.
Deze derde weg van palliatieve zorgen omvat tevens palliatieve sedatie, die het bewustzijn vermindert en de pijn verlicht. Deze sedatie wordt telkens opnieuw op punt gesteld en is meestal van voorbijgaande aard. Zij is geenszins gericht op de verkorting van het leven. Zowel palliatieve zorgen als palliatieve sedatie zijn onverenigbaar met euthanasie.
Een zaadje van de eeuwigheid in ieder mens
Zij getuigen: “Wat wij er ook van denken, we dragen allen een zaadje van de eeuwigheid in ons” (blz. 171-172). Graag wil ik dit toelichten. Zelf kwam ik acht jaar lang bij stervenden in het eerste palliatieve hospice “Coda” in Vlaanderen, in Gooreind. De directie was uitgesproken vrijzinnig maar voldeed aan iedere vraag naar een priester.
Op een keer werd ik geroepen en toen ik toekwam was er aan de balie geen verpleegster, die mij kort de toestand van de betrokken stervende uitlegde. Dat was nog nooit gebeurd. Een poetsvrouw zei me: “Ik weet wel voor wie ze u geroepen hebben” en ze wees me de laatste binnen gekomen stervende aan. Dit was echter een dame die had laten noteren dat ze geen priester op haar kamer wenste.
Terwijl de verpleging overlegde hoe zij de wil van deze dame tegenover mij konden handhaven, stond ik al onwetend aan haar bed. Ons gesprek was echter zo moeilijk dat ik besloot weg te gaan en de volgende dag te vernemen wat er aan de hand was. Ik vroeg die dame of ze er iets tegen had dat ik met een klein gebedje ons gesprek zou beëindigen en dat was goed. Tijdens mijn eenvoudig bidden veranderden haar gelaat en haar houding totaal, en ik besloot verder te gaan.
Als een droge spons nam zij alles op wat ik zei en ze werd zeer welwillend. Wij eindigden in de grootste openheid en vriendschap. Toch liet de directie mij de volgende dag niet meer bij haar komen. Toen zij gestorven was vertelde een loslippige verpleegster mij wel dat deze dame gezegd had dat ik ieder ogenblik bij haar welkom was. Jammer dat de vrijzinnige directie de diepste geestelijke noden niet erkent!
De beste, spontane palliatieve zorgen
Tenslotte wil ik een voorbeeld aanhalen van “spontane palliatieve zorg”, dat ik zelf van nabij mocht meemaken. Het betreft de vrome moeder van een zeer groot gezin, die rond de eeuwwisseling gestorven is. Vijf jaar voor haar dood kreeg ze een hersenbloeding en werd half verlamd.
Verschillende therapeuten gaven haar oefeningen om opnieuw een beetje te leren spreken en te wandelen. Telkens drukte ze haar dankbaarheid jegens hen uit. Haar man had echter gemerkt dat ze ongelukkig was met die therapieën heel de dag door. Hij nam een kordaat besluit en liet iedere vreemde hulp van buitenaf stopzetten. Als ruwe bouwvakker vroeg hij zijn oudste dochter om hem te leren een goede verpleger te zijn. Hij zorgde voor het aan- en uitkleden, voor het eten, voor haar toilet en hij reed met haar rond in de rolstoel.
Het enige wat ze nog kon was een glimlach geven met een half verlamd gelaat, de kinderen op hun voorhoofd een kruisje geven en even met haar hand langs hun gelaat strijken. En in al haar beperktheid was zij zo gelukkig! Omringd door al haar kinderen en haar man is ze thuis gestorven. Op dat ogenblik zette de oudste dochter spontaan het lied in dat moeder zo graag zong: “Als moeder zong was heel het huis in vreugde…”. Ziedaar het bewijs dat voor de beste palliatieve zorg minder technische opleiding nodig is maar meer geloof, liefde en hart!
(1) Timothy DEVOS e.a., Euthanasie, l’envers du décor. Réflexions et expériences de soignants, Préfaces de Jacques Ricot et de Herman De Dijn, Editions Mols, 2019 (met achteraan een klein lexicon met uitleg over de betekenis van de verschillende termen). Hiervan is ook een Nederlandse vertaling: Euthanasie: een ander verhaal. Ervaringen en reflecties van zorgverleners, Pelckmans, Kalmthout, 2021.
P. Daniel
2. Kerk en wereld
De kardinalen Robert Sarah en Raymond Burke roepen paus Leo XIV op om de afbraak van de Katholieke Kerk nu te stoppen: Het is genoeg!


En zij zijn twee zwaargewichten in de Kerk, respectievelijk de voormalige voorzitter van de Congregatie voor de Liturgie en van de Geloofsleer.
Vanuit de meest dringende behoeften van de Kerk doen zij een oproep:
“Wij moeten er op aandringen dat het synodale proces nu stop gezet wordt… Er bestaat geen klare bepaling van wat synodaliteit is en er is geen enkele verantwoording voor in de geschiedenis van de Kerk”.
“Fiducia supplicans” van het huidige dicasterie van het geloof, dat informele zegeningen toestaat voor homoseksuele relaties is een van de nefaste vruchten van deze “synodaliteit”.
Een Kerk onderweg heeft geen zin, de Kerk heeft een duidelijke missionaire zending. De heidense Inca-god Pachamama blijven eren is afgoderij. Waarom werd ze niet vervangen door O.L.Vrouw van Guadalupe?
Tenslotte worden tien schandalen opgesomd, waardoor priesters, bisschoppen en zelfs een kardinaal op een of andere wijze de homoseksuele relatie verheerlijken. Het is nu genoeg! De paus moet dringend orde op zaken stellen: https://lesalonbeige.fr/les-cardinaux-robert-sarah-et-raymond-burke-appellent-le-pape-leon-xiv-a-intervenir/
Uitvoerige beschrijving van het verval van de orde van de Jezuïeten door de Amerikaanse schrijver Stephen J. Morrissey,
die al jaren nauw verbonden is met de Jezuïeten. Hij toont hoe drie jezuïeten een cruciale rol speelden in het verval van de orde: de briljante Karl Rahner, de paleontoloog Teilhard de Chardin en de voormalige generale overste Pedro Arrupe.
Karl Rahner werd sinds Vaticanum II de onbetwiste aanvoerder van het nieuwe theologische denken. Het mysterie van de Drie-eenheid reduceerde hij niet tot pantheïsme maar zijn ideeën werden wel in die richting gebruikt.
Hij leerde dat God één Persoon is die zich in drie modaliteiten uit, wat neerkomt op de oude ketterij van het modalisme. Voor de “transsubstantiatie” in de Eucharistie vond hij een nieuw woord, de “transfinalisatie”.
Teilhard de Chardin leverde fantastische theologisch-wetenschappelijke visies over een soort “transhumanisme” vanuit de evolutieleer. Hij zag als het ware hoe de materiele schepping zich steeds meer door de Geest omgevormd werd.
De oud-generaal Pedro Arrupe stelde het omvangrijke jezuïtische onderwijsnetwerk niet alleen open voor het modernisme van K. Rahner maar stuurde vooral aan op een “sociale rechtvaardigheid”, die de katholieke sociale leer van de Kerk moest vervangen om de “nieuwe jezuïeten” te vormen.
Hierbij kregen de marxistische “bevrijdingstheologie” en de “humanistische psychologie” van C. Rogers een grote plaats. De waarschuwingen van de Congregatie voor het geloof met betrekking tot de bevrijdingstheologie hadden op hen geen enkel effect.
In deze geest werd de jezuïet Jorge Bergoglio, de latere paus Franciscus gevormd, waarbij de authentieke Ignatiaanse en katholieke spiritualiteit geheel naar de achtergrond verdween: https://fortesinfide.nl/index.php/2026/06/22/wat-er-misging-bij-de-jezuieten/
De christenen horen wezenlijk en noodzakelijk bij het Iraakse volk!
Dat zei Al-Zaidi, de eerste minister van Irak, met zijn 41 j de jongste ooit, een bankier en zakenman uit een belangrijke sjiitische familie, bij gelegenheid van het bezoek van de nieuwe Chaldeeuwse patriarch, Zijne Heiligheid Paul III Nona, op 11 juli 2026.
Het bevorderen van de terugkeer van de christenen vindt de eerste minister een nationale prioriteit. Ook een vertegenwoordiging van “Kerk in Nood”, die daadwerkelijke hulp biedt, was bij deze ontmoeting aanwezig.
“De echte kracht van Irak ligt in zijn nationale, religieuze en culturele diversiteit alsook in de eenheid, de integratie en de sociale samenhang van het volk. De christenen zijn hierin een actief en essentieel element van de Irakese maatschappij en een sleutel-partner voor de opbouw van de staat, van zijn geschiedenis en van de toekomst van Irak”.
In het jaar 2000 waren er in Irak 1, 5 miljoen christenen. Nu zijn er geen 300.000 meer!
Vele gelovigen van de westerse kerk zijn zich dikwijls niet bewust van de verwoestende oorlogen tegen landen in het Midden-Oosten, waardoor christenen gedwongen worden te vluchten, terwijl zij juist een belangrijke bijdrage leveren aan de vrede, de welvaart, de ziekenzorg en het onderwijs.
Het westen prijst zich omdat het zogenaamd de democratie heeft bevorderd, terwijl het in feite een volk heeft verwoest in dienst van wereldleiders die geen vrede en welvaart wensen, maar oorlogen die hen rijk en machtig kunnen maken. Landen van het Midden-Oosten horen aan Christus en de christenen beschouwen die landen terecht als hun land:
https://lesalonbeige.fr/les-chretiens-sont-une-composante-essentielle-de-la-societe-irakienne/
3. Nieuws uit de gemeenschap
De pomp die op 1200 m diepte water uit de grond moet pompen is al maanden kapot en kon uiteindelijk deze week hersteld worden. Ook bij de herstelling waren er nog onverwachte moeilijkheden en bijkomende kosten zodat we het een tijd met de watervoorziening heel moeilijk gehad hebben. De oogst heeft er wel onder geleden. We hopen dat alles uiteindelijk goed komt.
4. Enkele foto’s
De overgebleven vissen in een klein vijvertje.
De zegening van de nieuwe waterpomp.
Allereerste druivenoogst.
Bezoek van christelijke vrouwen uit Tartous.
60-jarig jubileum kloostergeloften moeder M.Claire









