21.3
16 Januari 2026
1. Meditatie: Kerk van Jezus Christus, het licht van de volkeren (4)
Na onze vier meditaties over Kerstmis en Epifanie keren we terug naar onze studie over het Tweede Vaticaans Concilie, dat 60 jaar geleden plaats vond. Hiervan gaven we reeds een algemene voorstelling en we onderlijnden de invloed van “de nieuwe theologie”. We toonden vervolgens hoe er na het concilie een soort liturgische dijkbreuk volgde. Nu willen we het mooie van de boodschap van de grote documenten van het concilie aantonen.
De dogmatische constitutie over de Kerk, Lumen Gentium (het licht van de volken) is een van de vier grote en rijke documenten van Vaticanum II, waarin de Kerk zichzelf voorstelt. Hierin drukken de concilievaders uit wie en wat zij/wij zijn als Kerk. Het document is logisch opgebouwd: 1. Het mysterie van de Kerk; 2. Het volk van God; 3. De hiërarchie; 4. De leken; 5. Allen zijn geroepen tot heiligheid; 6. De religieuzen; 7. De pelgrimerende Kerk; 8. De Moeder van God. Om de inhoud van gans deze boodschap voor te stellen, zouden we vele maanden nodig hebben. We beperken ons tot een aantal belangrijke inzichten.
De Kerk is werkelijk een groot mysterie. In Christus is zij het sacrament (namelijk het teken én het instrument) van de eenheid van gans het menselijk geslacht met God.
“Alle mensen zonder uitzondering worden tot deze eenheid met Christus geroepen. Hij is het licht van de wereld; van Hem zijn wij uitgegaan, door Hem leven wij, naar Hem zijn wij op weg” (nr. 3). Christus leidt zijn Kerk naar de volle waarheid met “hiërarchische” gaven (bisschop, priester, diaken) en “charismatische” gaven (om ziekten te genezen, wonderen te doen, profetie, onderscheiding… cf. 1 Korintiërs 12, 9 v).
Jezus heeft door zijn prediking, zijn wonderen, zijn lijden, sterven en verrijzen het Rijk Gods op aarde gebracht. Welnu, “van dit rijk is zij [de Kerk] op aarde de kiem (germen) en de aanvang (initium)” (nr. 5). Dit wordt in de Schrift uitgedrukt met een rijkdom aan beelden, die telkens een ander accent belichten: de schaapstal voor de kudde, de landbouwgrond met de oude olijfboom, de wijngaard met de wijnstok en de ranken, Gods bouwwerk met de hoeksteen, het huis en de familie van God, de woonstede van God in de Geest, de heilige tempel, het Nieuwe Jeruzalem, de bruid van het onbevlekte Lam, die hier op aarde altijd op pelgrimstocht is en in ballingschap verkeert…
Door zijn Geest uit te storten heeft Jezus alle volken tot zijn Lichaam gemaakt. Wij allen vormen “het Mystieke Lichaam van Christus”. In de Kerk geeft Christus ons het licht van de waarheid door het Woord Gods, de kracht en het goddelijk leven door de sacramenten, de leiding door de hiërarchie en de charismatische gaven. “Van dat lichaam is Christus het Hoofd” (nr. 7). Allen zijn we geroepen om in zijn voetstappen te treden en gelijkvormig te worden aan Hem in lijden en sterven om te delen in zijn verrijzenis. We kunnen niet delen in zijn verrijzenis zonder te lijden en te sterven en omgekeerd is er geen enkel lijden dat geen mozaïek kan zijn van onze verrijzenis met Christus.
Het grootste mysterie van de Kerk ligt in het feit dat zij is: “…één complexe werkelijkheid, samengesteld uit een menselijk en een goddelijk element… de enige Kerk van Christus die wij in het symbolum als één, heilig, katholiek en apostolisch belijden” (nr. 8). De kerk is een aardse instelling en tevens het hemelse Mystieke Lichaam van Christus, zij is menselijk én goddelijk, tijdelijk én eeuwig, heilig en altijd tot uitzuivering geroepen.
“Deze Kerk, in deze wereld ingesteld en uitgebouwd als een maatschappij, bevindt zich in (subsistit in) de katholieke Kerk, die door de opvolger van Petrus en de met hem verenigde bisschoppen wordt bestuurd, hoewel er ook buiten haar schoot meerdere bestanddelen van heiliging en waarheid te vinden zijn die, als de eigen gaven van de Kerk van Christus, naar de katholieke eenheid heen stuwen” (nr. 8).
God heeft eens het joodse volk uitgekozen als voorbereiding om het “nieuwe Israël” te vormen “uit joden en heidenen”, “niet naar het vlees” maar uit “water en de heilige Geest” volgens het nieuwe verbond in Christus. De joodse afstamming telt niet meer om tot “dit messiaanse volk” te behoren maar het geloof in Jezus. De “Kerk van God” is voortaan de “Kerk van Christus” die haar volheid bereikt “door het kruis”. Hij is het “einddoel” en de “voltooiing” van de wet (cf. Romeinen 10, 4)
“Tot deze katholieke eenheid van het volk van God… zijn dus alle mensen geroepen. Op verschillende wijzen behoren daartoe of zijn daarop gericht zowel de gelovige katholieken als de anderen die in Christus geloven en tenslotte zelfs alle mensen zonder uitzondering, door Gods genade tot het heil geroepen” (nr. 13). “Volledig in de kerkelijke gemeenschap ingelijfd zijn degenen die … (verbonden zijn) met de banden van de geloofsbelijdenis, de sacramenten, het kerkelijke bestuur en de gemeenschap” (nr.14’). Met de niet-katholieke christenen “voelt de Kerk zich op velerlei wijzen verbonden” (nr. 15). En de niet-christenen “staan niettemin om velerlei redenen naar het volk van God gericht” (nr.16).
“Zo dan bidt en werkt de Kerk, opdat heel de wereld, zo groot als ze is, zou binnengaan in het volk van God, het lichaam van Christus en de tempel van de heilige Geest, en opdat in Christus, het Hoofd van allen, aan de Schepper en de Vader alle eer en heerlijkheid zouden toekomen” (nr. 17).
Sommige fervente behoudsgezinden kunnen zich aan deze bredere uitleg ergeren. Volgens de encycliek Mystici Corporis van Pius XII, 1943 is de katholieke Kerk de ‘enige ware Kerk’ van Christus en hiertoe behoren zij die gedoopt zijn en in volledige eenheid van geloof met haar leven. De concilievaders van Vaticanum II voelden zich blijkbaar niet verplicht om deze formulering letterlijk over te nemen. Zij leggen er de nadruk op dat uiteindelijk alle mensen geroepen zijn om tot deze Kerk van Jezus Christus te behoren. Zo maken zij onderscheid tussen hen die “volledig ingelijfd zijn”, “op velerlei wijzen verbonden” en “naar het volk van God gericht” zijn.
Is dit geen verdieping en een verdere uitwerking van de ware geest van Jezus? Ook Johannes, de geliefde leerling van Jezus reclameerde dat iemand in Jezus’ Naam duivels uitdreef, terwijl hij niet tot de apostelen behoorde. Jezus antwoordde echter: “Belet het hem niet; want wie niet tegen ons is, is voor ons” (Lucas 9, 50).
P. Daniel
2. Spiritualiteit: Apologie: Hoe met een atheïst over Jezus spreken
De vijf wegen die het bestaan van God aantonen (Sint-Thomas van Aquino)
“Het weten dat God bestaat, op een algemene en duistere manier, is ons door de natuur ingeplant.” (1) — Sint-Thomas van Aquino
Dit betekent dat de mens in zijn diepste wezen weet dat God bestaat. Deze kennis blijft echter duister en onduidelijk. Op basis van deze innerlijke, ontologische overtuiging kan men het bestaan van God niet wetenschappelijk bewijzen, omdat zij niet empirisch meetbaar is.
Toch kan men het bestaan van God aantonen vanuit zijn effecten: dat wil zeggen, vanuit verschijnselen of gevolgen in de wereld die aan een goddelijke oorzaak kunnen worden toegeschreven, zoals de orde, de complexiteit of de schoonheid van de natuur.
Sint-Thomas van Aquino legt dit als volgt uit:
“Wij kunnen het bestaan van God aantonen vanuit zijn effecten; maar vanuit die effecten kunnen wij God niet volmaakt kennen zoals Hij is in zijn wezen.”
De heilige Paulus zegt dat wij, door deze effecten te beschouwen, met zekerheid kunnen begrijpen dat God bestaat:
“Wat men van God kan kennen, is hun duidelijk, want God heeft het hun geopenbaard. Zijn onzichtbare eigenschappen — zijn eeuwige macht en zijn goddelijkheid — worden sinds de schepping van de wereld met het verstand aanschouwd in zijn werken. Daarom zijn zij niet te verontschuldigen.” (Romeinen 1,19–20)
In onze poging om het geloof te delen met agnosten of atheïsten, kunnen wij daarom de vijf wegen van Sint-Thomas van Aquino overwegen, die het bestaan van God proberen aan te tonen op basis van zijn effecten. Hij heeft niet geprobeerd God te “bewijzen” zoals men een wiskundig theorema bewijst.
Zijn doel is bescheidener en tegelijk dieper: laten zien dat de menselijke rede, wanneer zij de wereld ernstig en eerlijk observeert, als vanzelf wordt geleid tot de erkenning van het bestaan van God.
In de Summa Theologiae (I, q.2, a.3) stelt hij vijf wegen voor, dat wil zeggen vijf rationele wegen die vertrekken vanuit de dagelijkse ervaring.
1. Vanuit verandering en beweging: Niets begint uit zichzelf te bewegen
Wij zien overal verandering: dingen bewegen, groeien, warmen op of koelen af. Maar niets zet zichzelf in beweging: er is altijd iets anders nodig dat deze verandering veroorzaakt.
Als een bal begint te rollen, is hij door iemand of iets in beweging gezet. En als datgene wat hem duwde zelf ook bewogen werd, dan gaan we terug van oorzaak naar oorzaak.
Deze keten kan niet oneindig zijn. Er moet een eerste beweger zijn die zelf door niets anders bewogen wordt.
Voorbeeld: Een rij dominostenen valt één voor één om. Maar de eerste steen moest door iemand worden aangestoten.
Deze eerste onbewogen beweger noemen wij God.
2. Vanuit oorzaak en gevolg: Niets kan de oorzaak van zichzelf zijn
Alles wat wij kennen heeft een oorzaak: een boom komt voort uit een zaad, een huis uit een bouwer, een boek uit een auteur. Niets kan zichzelf voortbrengen, want dat zou betekenen dat iets bestaat vóór het bestaat.
Ook hier kan de keten van oorzaken niet oneindig zijn. Er moet een eerste oorzaak zijn die van niets anders afhankelijk is.
Voorbeeld: Een lamp brandt omdat zij is aangesloten. De elektriciteit komt uit een centrale. Maar er moet uiteindelijk een laatste bron van energie zijn.
Deze eerste oorzaak is God.
3. Vanuit wat kan bestaan of niet bestaan: Alles wat ons omringt, zou kunnen ophouden te bestaan
Mensen en dingen worden geboren en sterven, verschijnen en verdwijnen. Zij bestaan niet noodzakelijk; zij zouden ook niet kunnen bestaan.
Als alles zo zou zijn, dan had er een moment kunnen zijn waarop niets bestond. Maar als er ooit niets was, zou er nu ook niets zijn. Toch bestaat de wereld.
Er moet dus een noodzakelijk wezen bestaan, dat uit zichzelf bestaat en van niets anders afhankelijk is.
Voorbeeld: Een kaars geeft licht, maar kan uitdoven. Als alle licht alleen van kaarsen kwam, zou alles uiteindelijk in duisternis eindigen. Er moet een licht zijn dat nooit dooft.
Dit noodzakelijke wezen noemen wij God.
4. Vanuit de graden van volmaaktheid: Wij vergelijken altijd met een hoogste maatstaf
Wij zeggen dat iets meer of minder goed, waar, mooi of rechtvaardig is. Maar vergelijken veronderstelt een referentiepunt.
Wij herkennen het goede omdat wij een idee hebben van het volmaakte goede. Wij herkennen de waarheid omdat wij een idee hebben van de volledige waarheid.
Voorbeeld: Wij zeggen dat een tekening beter is dan een andere omdat wij een idee hebben van een perfecte tekening, ook al wordt die nooit volledig bereikt.
Er moet dus een bron zijn van alle goedheid, waarheid en schoonheid: God.
5. Vanuit orde en doelgerichtheid in de natuur: De natuur handelt alsof zij een doel heeft
Zelfs dingen zonder verstand — planten, cellen, natuurwetten — gedragen zich ordelijk en regelmatig. Zaden worden bomen, geen stenen. Het hart pompt bloed. Het heelal gehoorzaamt vaste wetten.
Dit alles is niet louter toeval. Wat geen verstand heeft, kan slechts naar een doel gericht zijn als iets of iemand het daarheen leidt.
Voorbeeld: Een pijl raakt zijn doel niet toevallig; er is een boogschutter nodig.
Deze ordenende intelligentie is God.
Samenvatting
Verandering verwijst naar een Eerste Beweger
Oorzaken verwijzen naar een Eerste Oorzaak
Vergankelijke wezens verwijzen naar een Noodzakelijk Wezen
Graden van volmaaktheid verwijzen naar de Absolute Volmaaktheid
Orde in de wereld verwijst naar een Opperste Intelligentie
Conclusie
“Het geloof is een vaste grond van wat men hoopt, en een bewijs van de dingen die men niet ziet.” (Hebreeën 11,1)
Het is waar dat wij geloven in een God die wij niet zien. Toch dragen wij in ons een duistere maar zekere overtuiging dat Hij bestaat en dat Hij ons liefheeft, omdat Hij onze Schepper is.
De heilige Paulus leert bovendien dat men het bestaan van God kan erkennen door zijn werken te beschouwen. Dat is precies wat Sint-Thomas van Aquino op uitzonderlijke wijze doet in zijn vijf wegen.
(1) De citaten die volgen koment uit: Sint-Thomas van Aquino, Summa Theologiae (I, q.2, a.3)
3. Kerk en wereld
We hebben nood aan “een hervorming van de hervorming” van de liturgie. Deze impuls komt van kardinaal Jozef Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI. Zijn commentaar op de feitelijke liturgische hervorming na Vaticanum II luidde:
“In de geschiedenis van de liturgie is er groei en vooruitgang, maar geen breuk. Wat heilig was voor de voorbije generaties blijft heilig en groot ook voor ons”. “Ik ben ervan overtuigd dat de crisis in de Kerk, die wij nu beleven voor een groot deel voortkomt uit de ineenstorting van de liturgie, die soms zelfs een verlaten van God is: alsof de aanwezigheid van God op zich, zijn woorden en het luisteren naar Hem, geen belang meer hebben”. Sommige huidige liturgieën noemde hij “een ijdele dans rond het gouden kalf dat we zelf zijn”.
Hij pleitte voor het herstel van de eerbied voor het heilige. “Sanctus” = heilig en betekent afgescheiden van de wereld en het profane. Dit betekent dus zich niet aanpassen aan de gangbare mentaliteit. De waarheid is niet afhankelijk van de mode. Daarom wees hij ook krachtig de dictatuur van het relativisme af.
De nieuwe visie van de liturgie heeft als voornaamste eigenschappen: creativiteit, vrijheid, vieren en gemeenschap vormen. De tekenen hiervan waren: het altaar dat werd omgedraaid en dicht bij het volk geplaatst, gregoriaanse en Latijnse gezangen werden verlaten, gebeden en lezingen werden gefabriceerd… Het mysterie werd verdrongen, de nadruk op het ontmoeten van God verdween, verbonden met het gehele mystieke Lichaam van Christus, dat de Kerk is. Wie deze laatste hunker in zijn hart blijft koesteren is reeds begonnen met de noodzakelijke hervorming van de hervorming. https://lesalonbeige.fr/la-reforme-de-la-reforme-pronee-par-joseph-ratzinger-est-deja-en-marche/
Vissen vallen massaal uit de hemel in Nice op 7 januari 2026. Een merkwaardig meteorologisch verschijnsel! Een waterhoos, ‘trombe marine’, zoog water met vissen op uit de zee, voerde ze met de wolken enkele kilometers verder mee en liet ze neervallen in straten en op pleinen: https://www.google.com/url?sa=t&source=web&rct=j&opi=89978449&url=https://www.youtube.com/watch%3Fv%3D_zJUAPI5tjs&ved=2ahUKEwjvva-utYSSAxWvhv0HHZzWL0UQwqsBegQIFhAB&usg=AOvVaw0jRJlX3mIBQutPdGVZ4Xji (we hopen dat het geen door AI vervalste video is!)
Khalil, een zeer vrome moslim uit Irak ontmoet Jezus Christus als zijn Verlosser. Hij is ingenieur, gehuwd, heeft twee kinderen, bidt iedere dag vijfmaal, leest trouw de Koran, onderhoudt de ramadan en helpt zijn medemensen waar hij kan. Bidden, vasten en goede werken doen voor Allah was zijn leven. Hij vertegenwoordigt als het ware het beste van de islam. Toch bleef er een diepe onrust in zijn hart met de vraag of zijn goede werken wel voldoende zouden zijn voor zijn redding.
Strijders van de Islamitische Staat komen hem vragen of hij hen wil helpen. Hij weigert omdat hij niet wil meewerken aan het doden van aderen. In aanwezigheid van zijn vrouw en kinderen krijgt hij 17 kogels in zijn lichaam. Hij lijkt klinisch dood te zijn maar komt geleidelijk toch weer terug tot leven. Inmiddels heeft hij een ontmoeting met Jezus in een overweldigende verschijning vol licht en liefde. Jezus openbaart zich aan hem als de Weg, de Waarheid en het leven.
Khalil protesteert en zegt dat Jezus wel een profeet is maar niet gestorven op het kruis en niet de Zoon van God is. Jezus toont hem de wonden in zijn handen, voeten en zijde. Jezus zendt hem terug als getuige van de verlossing voor de moslims om hen te leren dat hun redding niet komt van goede werken, maar langs het geloof in Jezus, de Zoon van God, gestorven en verrezen. Jezus toont hem dat Hij in heel zijn leven al bij hem was, in liefde:
Mars voor het Leven 2026 in Parijs! Nachtwake zaterdag 17 februari in de kerk Saint Roch, 24 rue Saint Roch 75001 Paris, vanaf 20.00 u, nachtaanbidding tot de Lauden om 7.00 u en Eucharistie om 8.00 u. Zondag 18 januari: mars voor het Leven 2026. Vertrek en aankomst op de Place du Trocadéro om 14.00 u. Getuigenis van Mgr. Dominique Rey, voormalige bisschop van Fréjus-Toulon: https://lesalonbeige.fr/marche-pour-la-vie-tout-ce-quil-faut-savoir/.
4. Nieuws uit de gemeenschap
Sinds enkele dagen is er een pak sneeuw gevallen en is het bitterkoud. De meest kwetsbare schapen hebben voorlopig een warm onderkomen gevonden in de in aanbouw zijnde kapel van ons Sint Jozefs-klooster. Moge het geblaat van deze viervoeters al een natuurlijke voorbereiding zijn op de lofzang die later zal opstijgen in de voltooide kapel.
Ruim ’n maand geleden deden we een oproep voor ons schapenhouderijproject om zelfredzaam te kunnen worden (53.850 €). Tot heden ontvingen we ruim 20.000 €, waarvoor we erg dankbaar zijn. Moge de Heer Jezus het onze weldoeners veelvoudig vergelden! Ons banknummer: IBAN: BE32 0682 0832 4402/ BIC: GKCC BEBB.


4. Enkele foto’s
De nieuwbouw, het zusterklooster, het Sint Jozefsklooster, het terrein, het Anti-Libanongebergte… alles onder de sneeuw, ook de zonnepanelen.










