21.24
Vrijdag 12 mei 2026
Inschrijving voor de conferenties($20 voor de 4 conferenties) en voor de retraites:
Contact Whats App p. Jean: +963 930 400 849
LET OP: De juiste gegevens van onze bankrekening zijn:
Stem uit de woestijn, IBAN: BE32 0682 0832 4402/ BIC: GKCC BEBB
Meer info? Klik op onderstaande foto
1. Meditatie
Eucharistie: het hart van het christelijk geloof (1)
Donderdag van vorige week vierden we Sacramentsdag met de nodige luister en aanbidding na de Eucharistie tot middernacht. Dit feest werd ingesteld in de 13e eeuw, onder impuls van de heilige Juliana van Cornillon (+ 1258). Zij ijverde voor de erkenning en verering van de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed in de heilige Eucharistie. Aangezien dit geloof ook in onze tijd erg verzwakt is, willen we dit nu in het licht stellen.
De vaste leer doorheen de eeuwen
Dit is maar één aspect van het alomvattend mysterie van de Eucharistie, maar het raakt werkelijk het hart van het christelijk geloof en is wezenlijk voor de vitaliteit zowel van de afzonderlijke gelovige als van de gemeenschap.
In de geschiedenis van de Kerk werd dit geloofspunt herhaaldelijk door ketters bestreden of betwijfeld. De strijd eindigde telkens in een vuriger geloof in de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie omdat het de heldere leer is van Jezus, de Evangelies, de Kerkvaders, het kerkelijk leergezag en de concilies...
Johannes 6
“... Ik zeg u als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn Bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u... Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank...” (Johannes 6, 53-56). Vijfmaal herhaalt Jezus deze uitspraak in het zesde hoofdstuk van het Johannes-Evangelie. Hij begint en eindigt met een sterke oproep tot geloof in Hem.
Sommigen willen daarom heel deze rede herleiden tot een dringende aansporing om in Hem te geloven. Heel goed. We kunnen echter niet ontkennen dat Jezus hier spreekt over de werkelijkheid van zijn Lichaam en Bloed, weliswaar van zijn Verrezen Lichaam. Het is geen oproep tot kannibalisme maar tot deelname aan zijn verrijzenis door zijn verheerlijkt Lichaam en Bloed te nuttigen.
De reactie van de luisteraars en de apostelen laat zien dat ze goed begrepen hebben dat Jezus het heeft over de werkelijke aanwezigheid van zijn Lichaam en Bloed, en niet over een symbolische of figuurlijke betekenis. Velen zijn geschokt en willen weggaan. En Jezus antwoordt zijn apostelen niet in deze zin: je moet het allemaal niet zo letterlijk nemen...Neem, Hij vraagt hen: “ Wilt ook gij soms weggaan?” (Johannes 6, 67
Laatste Avondmaal
De evangelisten hebben ons het verslag gegeven van hun allerlaatste, erg emotionele samenzijn met Jezus. Jezus neemt brood, zegent het, breekt het en zegt: “Neemt, eet, dit is mijn Lichaam”. Dan neemt Hij een beker wijn, zegt een dankgebed en geeft hem aan zijn apostelen terwijl Hij zegt: “Drinkt allen hieruit. Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” (Mattheus 26, 26-27).
Het getuigenis van de heilige Paulus sluit hier volkomen bij aan. Hij schrijft precies hetzelfde waar hij uitdrukt dat hij deze overlevering gekregen heeft en nu trouw wil doorgeven aan de geloofsgemeenschap te Korinthe (1 Korinthiërs 11, 23-25). Hij schrijft dit helemaal in het begin van de jaren 50!
Eensgezindheid van de kerkvaders
Wie een uitgebreide bloemlezing ter hand neemt van oud-christelijke geschriften over de Eucharistie (1) wordt meteen gegtroffen door de eensgezinde opvatting van de Kerkvaders. Zij vermelden inderdaad ook de woorden “mysterie”, “wonder”, en zelfs “symbool”... maar zij verduisteren nooit de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed.
Ignatius van Antiochië (+ ca 107), Justinus de martelaar (+ ca 165), Ambrosius ( + 397), Johannes Chrysostomus (+ 407), Augustinus (+ 430)... Zij hebben nooit anders dan letterlijk de woorden verstaan van Jezus, van de Evangelies en van de heilige Paulus.
Waarlijk, werkelijk, wezenlijk
De katholieke Kerk heeft in het concilie van Trente (in 1551) het duidelijkst deze werkelijke aanwezigheid vastgelegd in canon 1 over de Eucharistie: “vere” = waarlijk, dus niet figuurlijk, symbolisch of ingebeeld; “realiter” = werkelijk, dus niet subjectief of volgens persoonlijk oordeel; “substantialiter” = wezenlijk (2).
Hiermee is de leer verbonden van de ”transsubstantiatie”: de uiterlijke schijn van brood en wijn blijven behouden, maar de wezenheid is veranderd in het Lichaam en Bloed van de verrezen Heer. Het is een mysterie, maar het is niet onredelijk.
Encyclieken over de Eucharistie
In vele encyclieken hebben pausen geschreven over de heilige Eucharistie. De drie voornaamste, die uitsluitend over de Eucharistie handelen zijn deze: Mirae caritatis (Paus Leo XIII, 1902), Mysterium Fidei (Paus Paulus VI, 1965), Ecclesia de Eucharistia (Paus Johannes Paulus II, 2003).
Leo XIII benadrukte sterk de noodzaak om het offer van Jezus na te volgen door een daadwerkelijke naastenliefde. Paulus VI voorzag de moeilijkheden die na het Tweede Vaticaans Concilie zouden ontstaan door pogingen om nieuwe interpretaties te zoeken voor de Eucharistie, wat inderdaad gebeurd is. Hij waarschuwde voor deze misvattingen en herbevestigde de reële tegenwoordigheid van Jezus in de Eucharistie. Johannes Paulus II stelde de Eucharistie voor als het middelpunt van het leven van de Kerk: “De Kerk leeft uit de Eucharistie!”
Besluit
Na de consecratie is onder de uiterlijke gedaante van brood en wijn werkelijk het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer Jezus Christus aanwezig. Dat noemen we de transubstantiatie. Het blijft een mysterie, maar is niet onredelijk. Iedere poging om hieraan een andere uitleg te geven is en blijft een ontsporing. De wijze waarop dit geloof wordt aanvaard, beleden en gevierd, bepaalt de vitaliteit van de gelovige en van de kerk. (Wordt vervolgd).
(1) HERMANS J., Uw geheim ligt op de tafel des Heren, Tabor, Brugge, 1983
(2) Enchiridion Symbolorum, Denzinger-Schönmetzer, 32e uitgave, Freiburg 1963, nr. 1651
P. Daniel
2. Kerk en wereld
In Japan blijft het katholiek geloof met de katholieke prinses Nobuko, onder de as smeulen.
Op 30 september 2025 heeft de economische raad van het keizerrijk beslist dat prinses Nobuko, weduwe van prins Tomohito de familietak van Mikasa mag verlaten en een nieuwe familietak mag stichten (de vijfde), die voortaan officieel afzonderlijk zal worden vermeld. Nobuko komt echter uit een gewone, katholieke Japanse familie, werd katholiek opgevoed en bleef katholiek.
Het katholiek geloof kwam in Japan met de heilige Franciscus Xaverius in 1549. Niet alleen armen en families, maar ook notabelen namen het christelijk geloof aan. Het christelijk geloof drong door tot in de wortels van Japan en kreeg een Japans gelaat. De Japanse christen was een loyale burger, gehecht aan zijn land, maar erkende Jezus Christus boven de keizer en de voorvaderen. Deze innerlijke vrijheid verontrustte het burgerlijk gezag.
Bloedige vervolging
In een poging het christelijk geloof uit te roeien, werden op 5 februari 1597 in Nagasaki 26 christenen gekruisigd: Paul Miki en gezellen. Daarna wordt de christenvervolging nog erger en in de 17e eeuw is er geen zichtbare kerk meer in Japan. Hierop volgt een bijzonder merkwaardige geschiedenis van verborgen christelijk leven, zonder priesters, zonder Eucharistie, zonder bisschoppen. Gelovigen bewaarden de gebeden, soms wat vervormd, de vrome gebruiken, de Mariaverering, soms in een boeddhistisch kleedje om aan de vervolging te ontsnappen. “Het wonder is dat er iets bewaard blijft. Een smeulend vuur onder de as, een woord met zachte stem doorgegeven, een herinnering aan Maria, een doopsel dat gefluisterd wordt”.
Kinderen herkennen hun moeder
Het christendom in Japan is een tragedie, maar ook een grote troost. De machthebbers wilden de wortels van het christelijk geloof uitroeien. Toen de priesters terugkwamen, herkenden de Japanse gelovigen hen aan hun priesterlijk celibaat, de verering van Maria en hun eenheid met de paus. De Kerk herkende haar kinderen en de kinderen herkenden hun moeder.
Op 9 augustus 1945 verwoestte een Amerikaanse atoombom Nagasaki. De kathedraal werd geheel vernield. Het katholiek geloof blijft leven, niet alleen in openbare gebouwen, maar vooral door de genade van God in de harten. Ook de kathedraal werd weer opgebouwd. Het katholiek geloof werd niet uitgerukt, maar blijft leven. De nieuwe mogelijkheden aan prinses Nobuko gegeven, zijn hiervan een discreet teken: https://lesalonbeige.fr/legypte-accorde-un-statut-legal-a-191-eglises-apres-des-decennies-de-restrictions/
***
Egypte erkent wettelijk 191 kerken
De Egyptische regering heeft op 19 mei 2026, na vele decennia onzekerheid voor de christenen, 191 kerken en gebouwen, verbonden aan de eredienst, wettelijk erkend. Dit is het einde van een lange procedure. Een commissie heeft vooraf het juridische en technische statuut van iedere kerk en elk gebouw onderzocht.
Decennia onzekerheid
Gedurende lange tijd werden kerken gebouwd en vergroot zonder wettelijke toestemming. Dikwijls legden plaatselijke gezagsdragers beperkende verplichtingen op of stelden ze hun veto. Vooral de Koptische christenen hadden hieronder te lijden. Bij moeilijkheden werden de kerken eerder gesloten dan beschermd. Naar schatting zijn er ongeveer 9 miljoen Kopten in Egypte, namelijk 9% van de bevolking. Er zijn zeker meer Kopten dan de officiële cijfers aangeven, omdat sommige Kopten zich voor de veiligheid niet als Kopten laten registreren. Het is de grootste christelijke minderheid in het M.O. en de meesten wonen in Egypte: https://lesalonbeige.fr/legypte-accorde-un-statut-legal-a-191-eglises-apres-des-decennies-de-restrictions/
De Koptische kerk
Het was de evangelist Marcus die reeds in het midden van de eerste eeuw het christelijk geloof bracht in Alexandrië (Egypte). In deze stad ontstonden later invloedrijke theologische scholen onder leiding van Origenes (+ 254), de heilige Athanasius (+ 373) en de heilige Cyrillus (+ 444). Het vierde oecumenisch concilie in Chalcedon (451) bepaalde dat Jezus één Persoon is in 2 naturen, onvermengd, onveranderd en ongescheiden, tegen het nestorianisme (2 personen) en tegen het monofysitisme (slechts één natuur). De kopten aanvaardden het concilie van Chalcedon niet, omdat ze vreesden dat hierdoor de eenheid van de Persoon van Christus in het gedrang kwam. Bovendien waren er politieke spanningen en voelden ze zich verdrongen door Constantinopel. Zo ontstond de Koptische, oosters-orthodoxe kerk, gescheiden van Rome en van Byzantium. Het woord “koptisch” komt van “aigyptos” en betekent gewoon Egyptisch, het volk van de Farao’s.
2. Enkele foto’s
Van de blaadjes van de “rozen van Damascus” wordt een kalmerende frisdrank gemaakt
In druivenbladen wordt rijst gerold
Werk in de iconografie
Met pareltjes halssnoeren en armbandjes maken
Een uitstap
viering van een 88-jarige












