21.2
Vrijdag 9 Januari 2026
1. Meditatie: De Wijzen uit het Oosten en de Ster van Bethlehem
De drie overwegingen over het Kerstgebeuren kunnen we niet afsluiten zonder een beschouwing over het grote feest van Epifanie of Openbaring (6 januari).
De geboorte van Jezus werd liturgisch waarschijnlijk eerst gevierd in Egypte in de nacht van 5 op 6 januari. De winterzonnewende in de Egyptische kalender was op 6 januari vastgelegd. De heidenen vierden dan de geboorte van Ayon, de god van Alexandrië. Dit was voor de christenen de aanleiding om dan het geboortefeest te vieren van Jezus Christus. De Romeinen vierden echter op 25 december deze winterzonnewende als de “geboorte van de onoverwonnen zon”. Het was de kortste dag en de langste nacht.
Vanaf het begin van de 4e eeuw werd zowel in oost als west Jezus’ geboorte gevierd, weliswaar verbonden met het feest van Epifanie. Hierbij ging het niet zozeer om de historische gebeurtenis maar om de verschillende wijzen waarop God zich geopenbaard heeft: door zijn geboorte, door de komst van de Magiërs, door zijn doopsel, zoals dit blijkbaar nu nog in de Koptische ritus gevierd wordt.
Het geboortefeest van Jezus als afzonderlijk feest, los van 6 januari, werd eerst in Rome gevierd op 25 december. Dit gebeurde midden 4e eeuw om het heidense feest van de zonnewende te kerstenen. Werd de scheiding van de twee feesten, Kerstmis en Epifanie, in Rome doorgevoerd, de liturgie, de ceremonie en de gebeden werden in Jeruzalem vastgelegd.
In Antiochië werd Kerstmis door Johannes Chrysostomus (+ 407) uitdrukkelijk als viering van Jezus’ historische geboorte ingevoerd. En zo kwam het in het oosten. De nadruk lag vooral op de wonderbaarlijke maagdelijke geboorte van Jezus. De volgende dag, 26 december werd dan Maria gevierd als “Moeder van God” (Theotokos), een dogma dat op het concilie van Efese (431) werd afgekondigd.
In het westen is het vooral de heilige Franciscus van Assisi (+ 1226) die Kerstmis tot een populair en zelfs folkloristisch feest maakte met een kerststal, een os en een ezel. Het werd het grootste feest na Pasen en het feest dat eeuwenlang het meest het openbare leven zou beïnvloeden.
Ziehier nu een wetenschappelijke uitleg over de ster van Bethlehem, volgens de Leuvense professor astronomie A. van Hoof (+ 1989). We geven een bondige samenvatting van zijn studie, die reeds meer dan ’n halve eeuw geleden gepubliceerd werd in het tijdschrift van het Thomas More Genootschap (1)
Met behulp van een planetarium-projector op een half bolvormig gewelf is het mogelijk de hemel te vertonen zoals die er uit zag op gelijk welk tijdstip en vanuit gelijk welke plaats op aarde.
De Schrift vermeldt het juiste geboortejaar van Jezus echter niet en de geschiedkundigen zijn het er nooit helemaal over eens kunnen worden. Paus Julius I (+ 352) riep 25 december uit als geboortefeest van Jezus.
De Roomse abt Dionysius Exigius verving in 523 de heidense kalender, gericht op de legendarische stichting van Rome (a.u.c. = ab urbe condita, vanaf de stichting van de stad) door het christelijke voor en na Christus (A.D. = Anno Domini). De geboorte van Jezus plaatste hij in het jaar 754 a.u.c. Hierbij vergat hij echter het jaar 0 te voorzien, alsook de 4 jaren van de regering van keizer Augustus, toen hij nog heerste onder zijn oorspronkelijke naam Octavianus. En zo is Jezus, hoe komisch het ook mag lijken, geboren tussen 7 en 5 vóór Christus. In vergelijking met de andere gegevens in het Evangelie over Herodes en Quirinius, lijkt het jaar 6 voor Christus het meest waarschijnlijke. En omdat de herders met hun kudden al buiten waakten, zal het dus vanaf de lente geweest zijn, in de tijd van maart tot november.
De astronomie of sterrenkunde is de wetenschap die de hemellichten bestudeert. Astrologie daarentegen is eigenlijk bijgeloof. Astrologen, sterrenwichelaars en waarzeggers willen uit de stand van de sterren de toekomst voorspellen. Deze praktijk werd door Babyloniërs ‘n 6000 jaar geleden ontwikkeld in een bijzondere school te Sipper. Zij die hier gevormd werden, beschouwde men als Wijzen of Magiërs. Hoewel de Joden de astrologie misprezen, hebben verschillenden tijdens hun ballingschap in Babylon (het huidige Irak) deze school gevolgd. Overigens waren er in de gemeenschap van de Essenen van Qumran ook sterrenwichelaars.
Wanneer de Wijzen of Magiërs zeggen dat ze “zijn ster” gezien hebben in het oosten (anatololè, enkelvoud en niet het gewone meervoud!), betekent dit volgens prof. A. Van Hoof, kort voor dageraad, voor zonsopgang. De planetarium-projector moet dus zó ingesteld worden als de hemel eruitzag vóór zonsopgang, in de lente van het jaar 6 v.C. en dan moeten we naar de oostkant kijken. Dan zitten we meteen in het sterrenbeeld de “Vissen”. In de opvatting van de Magiërs verwees het sterrenbeeld van de ”Vissen” naar de westelijke landen, Syrië en Palestina, het land van de Joden.
De Wijzen zagen blijkbaar iets wat noch de raadgevers van Herodes, noch de mensen van Jeruzalem gezien hebben. Het is dus geen ster als een uitzonderlijk heldere vuurbal geweest…
Begin mei van het jaar 7 v.Chr. was er vanuit Babylon en Palestina in het sterrenbeeld “Vissen” echter wel een samenstand of “conjunctie” te zien van twee heldere planeten, Jupiter en Saturnus, zichtbaar twee uur voor zonsopgang. Jupiter gaat aan Saturnus voorbij op 29 mei, keert terug op 3 oktober en nog eens op 4 december. Deze “grote conjunctie” gebeurt maar één keer op meer dan 800 jaar. Volgens prof. A. Van Hoof is het praktisch zeker dat de wijzen deze grote conjunctie gezien hebben. Bovendien werd een Babylonisch geschrift ontcijferd, afkomstig van het instituut voor astrologie te Sipper, dat de posities aangeeft van deze twee planeten in het sterrenbeeld “Vissen” gedurende vijf maanden van het jaar 7 v. Chr.!
Bovendien werd Jupiter algemeen beschouwd als de koninklijke ster, ook als geluksster. Saturnus was voor de Joodse astrologen de beschermer van Israël, terwijl ook het sterrenbeeld de “Vissen” voor hen het teken was voor Palestina. De drievoudige samenkomst van de twee planeten in dat bepaald sterrenbeeld konden Magiërs dus moeilijk anders uitleggen dan als de aankondiging van de geboorte van een machtige koning en bevrijder van Israël.
Het is Johannes Kepler (+ 1630), de vader van de moderne astronomie die tot zijn grote verrassing een “grote conjunctie” zag en zich herinnerde dat rabbijn Aherbanel (+ 1508) een groot belang hechte aan het sterrenbeeld van de “Vissen” en de conjunctie van Jupiter en Saturnus als de aankondiging van de Messias. Hij had al berekend dat er in het jaar 7 v.Chr. zulk een grote conjunctie had plaatsgevonden. Deze conjunctie heeft prof. A. Van Hoof dus kunnen projecteren.
Volgens deze chronologie kunnen de gebeurtenissen aldus samengevat worden. Indien de Magiërs de drie conjuncties hebben waargenomen in Babylonië en de laatste in december van het jaar 7 v.Chr. zullen ze de winter nog afgewacht hebben vooraleer de reis van 900 km naar Jeruzalem met hun kamelen aan te vangen. Dit alles nam vele maanden in beslag. Ondertussen werd Jezus geboren in de lente van 6 v.Chr., na acht dagen besneden en na de 33 dagen van zuivering van Maria opgedragen in de tempel. Terug in Bethlehem heeft het gezin daar een huis gevonden. Rond die tijd stond Jupiter, de koningsster slechts op geringe afstand van de zon en lichtte ze op in de invallende duisternis, laag boven de westelijke horizon, misschien juist boven een huis gebouwd op een heuvelrug - want volgens Mattheüs bezochten de Wijzen de kleine Jezus in een huis en dus niet in een stal: “Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde” (Mattheus 2, 11). Aldus besluit prof. A. Van Hoof: “Zo worden de verschijning van de ster, de reis van de Wijzen en hun aanbidding van het Kind, de vlucht naar Egypte, tot een drieluik waarvan de panelen door een sterke innerlijke logica worden samengehouden”.
(1) Positief, januari 1975 (https://thmore.weebly.com/kerstmis/de-ster-van-bethlehem)
P. Daniel
Rechtzetting:
Een goede vriend merkte terecht op dat het refrein, waar ik vorige keer naar wilde verwijzen, eigenlijk uit een gedicht komt van onze Eugeen de Ridder (+ 1962). Mogelijk heeft hij zich wel laten inspireren door Joost van den Vondel. Zijn gedicht werd op muziek gezet door Amand Preud’homme (+ 1986) en luidt aldus:
“Kerstnacht, die schone,
Kan liefde niet wonen in ieders gemoed?
Kerstnacht, wij smeken,
Wees ’t wekkende teken, van ’t opperste goed!
Schitter, o sterre, daar hoge en verre,
Als liefdesignaal voor ons allemaal”.
2. Spiritualiteit: Hoe het Evangelie verkondigen aan atheïsten en agnosten
Gedurende verschillende maanden hebben wij ons verdiept in de spirituele weg naar eenheid met God, aan de hand van de onderrichtingen van Moeder Agnes Mariam van het Kruis. Aan het begin van 2026 willen wij onze aandacht richten op een nieuw thema: hoe wij ons geloof kunnen delen met de mensen om ons heen, hoe wij onze taal kunnen afstemmen op de ander, ons in hun leefwereld kunnen verplaatsen en hen – via woorden die zij verstaan – kunnen helpen ontdekken dat God bestaat en hen reeds vóór de schepping van de wereld heeft liefgehad.
Wij leven vandaag in een wereld die diep getekend is door de secularisatie. Volgens talrijke sociologische studies verklaren meerdere honderden miljoenen mensen zich atheïst of agnost, en dit aantal blijft toenemen. De bevolking “zonder religieuze affliatie” is volgens “Pew Research Center” de derde grootste religiezue strekking in de wereld na het Christendom en de Islam. Natuurlijk is die exponentieel het grootst in de westerse landen (1).
Tegenover deze realiteit kan de Kerk zich niet in zichzelf opsluiten, noch antwoorden met angst of veroordeling. De verrezen Christus vertrouwt ons een duidelijke en universele zending toe: “Ga uit over de hele wereld en verkondig het Evangelie aan heel de schepping” (Marcus 16,15). Atheïsten en agnosten staan centraal in deze missie. Zoals de heilige Petrus ons aanspoort, moeten wij “altijd bereid zijn rekenschap te geven van de hoop die in ons leeft” (1 Petrus 3,15). Dat veronderstelt dat wij leren hen te bereiken waar zij zich bevinden, met respect, wijsheid en naastenliefde.
Atheïsme versus agnosticisme
Vooraleer een dialoog aan te gaan, is het belangrijk twee houdingen te onderscheiden die vaak door elkaar worden gehaald:
Het atheïsme
De atheïst beweert dat God niet bestaat. Heel dikwijls beschouwt hij de wetenschappelijke observatie als het enige criterium van waarheid en hanteert hij een strikt materialistische visie op de wereld.
De heilige Paulus herinnert er echter aan dat de schepping zelf een betekenis draagt die de loutere materie overstijgt: “Gods onzichtbare eigenschappen, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, zijn sinds de schepping van de wereld duidelijk te zien in zijn werken” (Romeinen 1,20).
Deze woorden richten de menselijke rede naar een eerste Oorzaak: Wie heeft dit alles geschapen?
Het agnosticisme
De agnost daarentegen beweert niet dat God niet bestaat. Hij erkent dat er een hogere werkelijkheid zou kunnen zijn, maar meent dat men daarover geen zekere kennis kan verwerven. Zijn houding wordt vaak gekenmerkt door twijfel, maar ook door een oprechte zoektocht. Hij zou gemakkelijk kunnen instemmen met deze Bijbelse gedachte: God “heeft alles mooi gemaakt op zijn tijd; Hij heeft in het hart van de mens het besef van de eeuwigheid gelegd, zonder dat de mens het werk van God van begin tot einde kan doorgronden” (Prediker 3,11).
Dit onderscheid is essentieel, want het impliceert verschillende wegen van dialoog. In vele gevallen is de agnost reeds op zoek naar zin, terwijl de atheïst zich vaker in een positie van uitgesproken weigering bevindt.
Een methode aangepast aan de gesprekspartner
Om doeltreffend hen te bereiken die denken volgens zeer rationele categorieën, is het nuttig zich te laten inspireren door de missionaire houding van de heilige Paulus:
“Met de Joden ben ik Jood geworden om de Joden te winnen; … met hen die zonder wet zijn, ben ik geworden als iemand zonder wet, om hen te winnen die zonder wet zijn. Ik ben alles geworden voor allen, om op welke wijze dan ook enkelen te redden. Ik doe alles omwille van het Evangelie, om er zelf deel aan te krijgen” (1 Korinthiers 9,20-23).
Met andere woorden: wij kunnen dialogeren volgens de standaarden van begrip van de ander. Bij iemand met een wetenschappelijke achtergrond kan een rationele en filosofische benadering vaak een eerste ingang vormen.
Het bestaan van God rationeel benaderen
1. Uitgangspunt: de wetenschap respecteren
De wetenschap is een bewonderenswaardige methode. Zij heeft enorme vooruitgang mogelijk gemaakt in de kennis van de wereld. Toch moeten wij duidelijk de domeinen onderscheiden:
De wetenschap beantwoordt vragen als: “hoe functioneren de verschijnselen?”
De filosofie beantwoordt vragen als: “waarom bestaan die verschijnselen?”
Zeggen “ik geloof enkel wat de wetenschap kan bewijzen” is geen wetenschappelijke uitspraak, maar een filosofische optie, namelijk het scientisme:
“een positie die in de 19e eeuw is ontstaan, waarbij wordt gesteld dat experimentele wetenschap de enige betrouwbare bron van kennis over de wereld is, in tegenstelling tot religieuze openbaringen” (2).
Een eenvoudige vergelijking helpt dit te begrijpen:
Een thermometer meet de temperatuur.
Hij kan geen liefde meten.
Toch is liefde heel reëel.
Evenzo betekent het feit dat God niet met instrumenten meetbaar is niet dat Hij niet bestaat.
2. De oorsprong van het universum
Het begin van het universum vormt vaak een bevoorrecht terrein van reflectie voor een wetenschappelijk ingestelde geest.
Algemeen aanvaarde gegevens:
De moderne kosmologie stelt vrijwel unaniem dat:
het universum een begin heeft gehad
materie niet eeuwig is.
Logische redenering:
Daaruit volgen twee eenvoudige principes:
Alles wat begint te bestaan, heeft een oorzaak.
Het universum is begonnen te bestaan.
Dus heeft het universum een oorzaak.
Die oorzaak moet noodzakelijk zijn:
buiten de tijd → tijdloos,
buiten de ruimte → niet-ruimtelijk,
niet-materieel → immaterieel,
begiftigd met een immense kracht.
Een dergelijke beschrijving stemt overeen met een transcendent Wezen: wat de mensheid sinds altijd God noemt.
De beslissende vraag blijft: wat was er “vóór” het begin van de schepping om deze te veroorzaken?
3. De fine-tuning van de kosmos
Een ander krachtig argument komt rechtstreeks uit de hedendaagse fysica.
Men stelt vast dat:
de fundamentele constanten van het universum met extreme precisie zijn afgesteld,
een minuscule afwijking leven onmogelijk zou maken,
de kans dat dit louter toeval is, astronomisch klein is.
Hier gaat het om een wetenschappelijke benadering: een inferentie naar de beste verklaring.
De meest rationele verklaring is niet blinde chaos, maar het bestaan van een Intelligent Ontwerp, een Architect die de orde van het universum heeft gecreëerd.
4. De morele realiteit
De wetenschap beschrijft feiten, maar kan geen waarden funderen. Toch erkennen bijna alle mensen – ook zij die niet in God geloven – dat:
bepaalde handelingen objectief slecht zijn (een onschuldige doden, een kind martelen, enz.),
Stellen wij eenvoudig de vraag: Is het moreel aanvaardbaar een kind te martelen?
Indien men toegeeft dat de moraal objectief is, wijst zij naar een Bron die de materie overstijgt: een morele Wetgever die in het hart van de mens het verchil tussen goed en kwaad heeft geplaatst.
S. Paulus beaamt dit wanneer hij zegt dat de heidenen, zei die de wet van God niet kennen,
"de eisen van de wet in hun hart geschreven [hebben] staan. Hun geweten getuigt ervan, en hun gedachten spreken het al dan niet uit, soms verwijten ze hen, en soms verdedigen ze hen." (Romeinen 2, 15).
Slotbeschouwing
Atheïsten en agnosten zijn op zoek naar de waarheid. Moge de Heer ons in 2026 inspireren om een geest van liefde aan te nemen tegenover iedere mens die dorst heeft om de levende God te leren kennen, en om met hen te spreken binnen hun eigen denkkader en woorden te hanteren “ gekruid met zout” (Colossenzen 4,6) en zo “rekenschap te geven van de hoop die in ons leeft, met zachtmoedigheid en eerbied.” (1 Peter 3, 15).
(1) “De religieus onafhankelijke bevolking, vaak aangeduid als religieuze “geen-en” mensen, is de derde-grootste religieuze categorie ter wereld, na christenen en moslims. Deze groep omvat mensen die in enquêtes en tellingen antwoorden, dat ze geen religie hebben of ateoïstisch of agnostisch zijn” - https://www.pewresearch.org/religion/2025/06/09/religiously-unaffiliated-population-change/#fn-260391-23
(2) https://fr.wikipedia.org/wiki/Scientisme
P. Jean
3. Kerk en wereld
Oorlogen kunnen vermeden en vrede kan bereikt worden door onderhandelingen vanuit wederzijds begrip en respect, aldus de gezaghebbende Amerikaanse economist Jeffrey Sachs in een gedetailleerde uiteenzetting over “Twee eeuwen russofobie en afwijzing van vrede”.
Vanaf de negentiende eeuw tot nu toe werd door het westen geen rekening gehouden met de gerechtvaardigde Russische bezorgdheid om zijn veiligheid. Deze werd unaniem en vanzelfsprekend afgewezen als Russische agressie. “Terwijl van andere grootmachten wordt aangenomen dat ze legitieme veiligheidsbelangen hebben die moeten worden afgewogen en tegemoetgekomen, worden de belangen van Rusland als onrechtmatig beschouwd”. “Deze zelfvernietigende cyclus blijft dan ook het kenmerkende aspect van de Europees-Russische betrekkingen in de eenentwintigste eeuw”. Reeds tijdens de W.O.II weigerde Polen om Sovjet-troepen doorreisrechten te verlenen om Tsjecho-Slowakije te verdedigen. Rusland bestrijden bleek belangrijker dan nazi-Duitsland verslaan. Terwijl later het Warschau-pakt ontbonden werd en Michail Gorbatsjov wilde meewerken aan een “gemeenschappelijk Europees huis”, werd de NAVO niet ontbonden maar koos Europa voor de uitbreiding van de NAVO tegen zijn eigen beloften in. Deze westerse russofobie als “blinde haat en kwaadaardigheid” is een steeds “terugkerende pathologie” geworden die zelfvernietigend werkte. Rusland werd steeds als een gevaar beschouwd. “Europa bereikte geen veiligheid door de veiligheidsbelangen van Rusland te verwerpen”. “Russische fobie heeft Europa niet veiliger gemaakt. Het heeft Europa armer, meer verdeeld, meer gemilitariseerd en meer afhankelijk van externe macht gemaakt”. “Europa werd permanent gemilitariseerd en er werden kernwapens op het hele continent gestationeerd… om de strategische dominantie van het westen in stand te houden”.
Zijn besluit: “Europa heeft vrede met Rusland herhaaldelijk afgewezen, niet omdat die onhaalbaar was, maar omdat het erkennen van de veiligheidsbelangen van Rusland ten onrechte als onwettig werd beschouwd. Zolang Europa die reflex niet loslaat, zal het gevangen blijven in een cyclus van zelfvernietigende confrontaties – vrede afwijzen wanneer die mogelijk is en daar lang daarna de kosten van dragen”: https://www.frontnieuws.com/jeffery-sachs-twee-eeuwen-russofobie-en-afwijzing-van-vrede/
***
Ook dit jaar weer schreven Amerikaanse zusters meer dan duizend kerstkaarten naar het personeel van 850 abortuscentra over heel Amerika. De zusters schrijven dat ze voor hen bidden, naar hen willen luisteren, hen willen helpen wanneer zij een ander werk zoeken. Het zijn zusters van allerlei katholieke gemeenschappen: dominicanessen, benedictinessen, karmelietessen, franciscanessen…Ze doen dit in samenwerking met de vereniging “And Then There Were None” (En toen waren er geen meer), gesticht door Abbey Johnson die zelf acht jaar directrice was van een abortuscentrum in Texas. Deze vereniging is zo al tien jaar actief en schreef meer dan 23.000 kerstwensen. Volgens haar is dit de meest efficiënte wijze van werken. Het is « een constante en discrete aanwezigheid, gesteund op gebed, luisterbereidheid en het aanbod van begeleiding zonder polemiek of dwang »: https://lesalonbeige.fr/a-noel-des-religieuses-americaines-ecrivent-aux-employes-des-cliniques-davortement-pour-leur-offrir-priere-et-accompagnement/.
Abby Johnson schreef haar ervaringen uit in het boek Unplanned (2011), dat verfilmd werd (2019). De titel van haar tweede boek luidt: The Walls Are Talking: Former Abortion Clinic Workers Tell Their Stories (2016).
Dat zulke acties dringend nodig zijn, blijkt uit hetgeen volgt. In Schotland werd begin dit jaar Rose Docherty, een grootmoeder van 75 jaar aangehouden en in de gevangenis opgesloten omdat zij op 200 m van het universitaire ziekenhuis Queen Elisabeth stil en vreedzaam met een plakkaat vrouwen die abortus wilden, uitnodigde voor een gesprek, indien zij dit verlangen. De rechter zal op 13 januari over haar lot oordelen: https://lesalonbeige.fr/une-grand-mere-ecossaise-arretee-pour-avoir-propose-de-discuter-avec-des-femmes-envisageant-lavortement/


