21.13+14
Vrijdag 27 maart 2026
AANDACHT!
Na onze oproep voor hulp aan de bevolking van Zuid-Libanon ontvingen we meer dan 3300 € die we vooral zullen besteden aan de voedselbedeling voor de meest behoeftigen. Hartelijk dank! Moge de Heer Jezus jullie zegenen en het overvloedig vergelden.
Volgende week, op Goede Vrijdag sturen we geen bericht! Deze week een meditatie over Jezus’ lijden, dood én Verrijzenis.
Van harte wensen we je reeds een vruchtbare Goede Week en een Gezegend Paasfeest.
1. Meditatie: Jezus’ gruwelijk lijden en sterven… voor mij!
Al meer dan vijftien jaar verstuur ik op vrijdag een bericht vanuit Syrië. Nooit heb ik echter iets verzonden op Goede Vrijdag. In de Goede Week en bijzonder op die Vrijdag gedenken we het allerbelangrijkste nieuws uit de geschiedenis van de mensheid: Jezus’ lijden en kruisdood voor onze verlossing.
Bij die gelegenheid besteedden we al vele jaren onze aandacht aan het mysterieuze doek van de “lijkwade van Turijn”, waarvan we een kopie ontvingen, die nu in onze crypte hangt. Johannes-Paulus II noemde het doek “een uitdaging aan de wetenschap” (1993).
In oktober 1988 ging het nieuws de wereld rond dat deze lijkwade een vervalsing zou zijn uit de middeleeuwen, (tussen 1260 en 1390)! op grond van een radiocarbon 14 onderzoek, uitgevoerd door de laboratoria van Oxford, Zurich en Tucson (Arizona), onder leiding van het Brits Museum. Onmiddellijk rees er fel protest van wetenschappers van over geheel de wereld.
Wat is er misgelopen met die laboratoria-onderzoeken? Hadden ze deeltjes onderzocht van de stof waarmee de lijkwade na de brand in 1532 hersteld werd? Was het kwaad opzet? Hoe dan ook, daarna begonnen nog meer wetenschappers met grondig onderzoek dat de authenticiteit van de lijkwade op overweldigende wijze aantoonde. Ze verzamelden zich in een Engelstalige en een Franstalige groep: STURP (Schroud of Turin Research Project) en CIELT, (Centre Internationale pour l’Etude du Linceul de Turin). Ziehier enkele vaststellingen.
Alle wonden van Jezus’ geseling, kruisweg en kruisiging in de Evangelies beschreven, zijn in detail op dit doek terug te vinden. De afbeeldingen zijn van menselijk bloed, van de bloedgroep AB. Het doek is geweven in “visgraatmotief” (chevron), bekend uit de eerste helft van 1e eeuw in Palestina. Het bevat stuifmeelkorrels van 58 verschillende planten, waarvan 3 die alleen in Palestina voorkomen. Op de ogen werden afbeeldingen gevonden van muntstukken (om de ogen te sluiten) met de tekst: “Kaisar Tiberius”, een geldstuk van rond de jaren 30 na Christus! Zeer merkwaardig is ook dat de wonden geheel onveranderd zijn gebleven. Het doek kan onmogelijk door mensenhanden van dit zo gemartelde, bebloede lichaam genomen zijn, want dan zouden de wonden vervormd zijn.
Dit is het meest wetenschappelijk bestudeerde voorwerp uit de geschiedenis van de mensheid en de onderzoeken gaan onverminderd verder. De bekende Franse wetsdokter Philippe Boxho noemt zich ongelovig maar is al 30 jaar gefascineerd door dit doek en de onopgeloste vragen die het oproept. In een interview geeft hij uitvoerige toelichting op het verschrikkelijke lijden van deze man. Als wetsdokter beschikt hij nu niet over een lijk, maar over zeer gedetailleerde afbeeldingen van een gruwelijk lijden en sterven (1). Ziehier enkele van zijn bevindingen.
De geseling gebeurde door twee soldaten waarvan de ene groter en sterker was dan de andere. De 120 wonden zijn niet noodzakelijk allemaal van de geseling. De wonden op het hoofd tonen dat het geen “kroon” was van doornen, maar eerder een helm, een verzameling van doornen die op heel zijn hoofd gedrukt werden. Bij de kruising werden de nagels niet door de handpalmen gedreven. Zij kunnen het gewicht van het lichaam niet dragen. Nagels werden door de polsen gedreven en de duim verdween naar binnen. Volgens Boxho is men heel even begonnen met het wassen en verzorgen van het dode lichaam met mirre en aloë. De grootste onopgeloste vraag voor hem blijft het feit dat er bij al deze wonden geen enkele verandering te bespeuren valt. Hoe kan een doek om een zwaargewonde man gewikkeld, verwijderd worden zonder dat de wonden zelf vervormen?
De Italiaanse advocaat en amateurfotograaf Secondo Pia maakte in 1898 een historische foto van het gelaat van de man op de lijkwade. Merkwaardig genoeg gaf zijn negatief een duidelijk, gedetailleerd positief beeld, terwijl op de lijkwade met het blote oog slechts heel vage trekken te zien zijn. Hieruit kan men besluiten dat de afbeelding op de lijkwade zelf een soort negatief is. En nog merkwaardiger: al werd de man gruwelijk gemarteld, uit dit gelaat straalt een onuitsprekelijke vrede en rust.
Wetenschappers van de universiteit van Padua hebben besloten dat het doek niet door mensenhanden maar door een enorme lichtuitstraling van het lichaam verwijderd is, waardoor alle wonden identiek dezelfde bleven en in het doek werden gebrand.
Vermelden we dat er nog een zweetdoek (soudarion) is, dat om het hoofd van een gestorvene gewikkeld werd en dat tot 640 in Jeruzalem bewaard werd. Sinds 812 is dit in de crypte van de kathedraal van Oviedo (Spanje). Dit doek is van dezelfde aard met vlekken van dezelfde bloedgroep AB als de lijkwade.
En in de kathedraal van Santa Maria de la Asuncion te Coria (ten westen van Madrid, Spanje) wordt een kostbaar lijnwaad bewaard, dat verondersteld wordt het bovenste, versierde tafelkleed te zijn, gebruikt bij het Laatste Avondmaal. Het vertoont hetzelfde weefsel en dezelfde grootte als de lijkwade van Turijn. Het is mogelijk dat de lijkwade van Turijn het tweede, onderliggende tafelkleed was en het doek bewaard in Coria het eerste.
Wie is deze man? Een Semitisch type, in de volle kracht van zijn leven, harmonisch gebouwd, bijna 2 m groot, gegeseld, naakt gekruisigd, met tekens van een doornenkroon op het hoofd, met uitgerukte baard en gebroken neus, geheel geradbraakt, gestorven door totale uitputting, met verschrikkelijke krampen en uiteindelijk gestikt. Met een lans werd zijn hart doorboord. De lijkwade vertelt het onvoorstelbare lijden, 3 uur lang, van deze man. Zijn huid en spieren, iedere hartklop en ademhaling, handen en voeten, waarbij de nagels de zenuwen raken, de immense dorst en uitgedroogde slijmvliezen, de onophoudelijke krampen …veroorzaakten een oceaan van pijn. De kans dat het iemand anders zou zijn dan Jezus van Nazareth, wiens Passie met al deze details beschreven wordt in de Evangelies en die stierf op het kruis, mogelijk op vrijdag 7 april 30 om 15.00 u (volgens Carsten Peter Thiede, + 2004) is nagenoeg onbestaande.
Jezus werd naakt gekruisigd. Het was niet alleen de gruwelijkste marteling maar tevens de meest vernederende. Moge de beschouwing van zijn lijden ons helpen om onze tegenslagen, ziektes, mislukkingen en vernederingen wat moediger met Hem te dragen om ook te kunnen delen in zijn Verrijzenis.
(1) Interview van P. Jean-Baptiste Bienvenue met dr. Philippe Boxho :
P. Daniel
2. Apologie: Spreken met een atheïst over Jezus (11)
Historische betrouwbaarheid van de Verrijzenis (II)
De verschijningen van de verrezen Christus
Vorige keer hebben we gesproken over hoe we de Verrijzenis van Jezus op een wetenschappelijke wijze kunnen bewijzen. De wetenschappelijke taal is een taal die agnosten of atheïsten makkelijker aanvaarden. In dit kader spraken we over de “minimal approach”:
De Verrijzenis wordt vaak bestudeerd via de “minimal facts approach”. Deze methode beschouwt alleen die feiten die zo sterk historisch onderbouwd zijn dat ze door bijna alle onderzoekers worden aanvaard, ook door sceptische geleerden[1]. Daarbij wordt niet uitgegaan van de goddelijke inspiratie of onfeilbaarheid van het Nieuwe Testament; de teksten worden eenvoudig behandeld als historische documenten uit de eerste eeuw.[2]
In het vorige deel hebben we twee van de vier minimale feiten besproken: de dood van Jezus door kruisiging en het lege graf. In dit deel richten we ons op de derde minimal fact: de getuigenissen van de verrijzenis. We luisteren opnieuw naar Aaron Brake, apologeet bij Crossexamined.org.
Het credo van 1 Korinthiërs 15 [3]
Een van de belangrijkste teksten in dit verband is 1 Korintiërs 15, 3-8, waar de apostel Paulus een zeer vroege christelijke geloofsbelijdenis doorgeeft die volgens vrijwel alle onderzoekers teruggaat tot de eerste jaren na de kruisiging.
Wanneer we deze tekst in zijn structuur bekijken, valt het repetitieve en gestileerde karakter onmiddellijk op:
“Want vóór alles heb ik u overgeleverd wat ik zelf heb ontvangen:
dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften,
en dat Hij begraven is,
en dat Hij op de derde dag is opgewekt, overeenkomstig de Schriften,
en dat Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalf.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, al zijn sommigen ontslapen;
daarna is Hij verschenen aan Jakobus, vervolgens aan alle apostelen;
en het laatst van allen is Hij ook aan mij verschenen…” [4].
Deze tekst bevat reeds drie van de vier minimale feiten: de dood van Jezus, het lege graf (impliciet in de begrafenis en de opstanding) en de verschijningen. Bovendien wordt ook het vierde feit — het ontstaan van het christendom — begrijpelijk vanuit deze gebeurtenissen.
Kenmerken van deze vroege geloofsbelijdenis
Er zijn meerdere sterke aanwijzingen dat we hier te maken hebben met een zeer vroege, gestandaardiseerde traditie.
Ten eerste vertoont de tekst een duidelijk gestructureerde en ritmische vorm (“dat… en dat… en dat…”), typisch voor mondelinge overlevering die bedoeld is om uit het hoofd te worden geleerd en doorgegeven.
Ten tweede gebruikt Paulus de technische termen “overgeleverd” (paradidomi) en “ontvangen” (paralambano). Dit zijn vaste termen uit de rabbijnse traditie voor het doorgeven van gezaghebbende leer. Paulus presenteert deze inhoud dus niet als zijn eigen formulering, maar als iets wat hij zelf heeft ontvangen.
Ten derde bevat de tekst uitdrukkingen die ongebruikelijk zijn voor Paulus, zoals “de derde dag” en “de twaalf”, wat erop wijst dat hij hier een oudere bron citeert.
Ten vierde wijst het gebruik van de Aramese naam “Kefas” (in plaats van het Griekse “Petrus”) op een zeer vroege, Palestijnse oorsprong van deze traditie[5].
Datering binnen enkele jaren na de kruisiging
De historische context bevestigt deze vroege datering nog verder.
Paulus vermeldt in Galaten 1,18-19 dat hij drie jaar na zijn bekering naar Jeruzalem ging en daar vijftien dagen verbleef bij Petrus (Kefas) en Jakobus. Het gebruikte werkwoord historesai, wat we gewoonlijk als “bezoeken” vertalen suggereert in feite dat hij tijdens zijn bezoek informatie verzamelde. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat hij tijdens dit bezoek deze traditie heeft ontvangen — rechtstreeks van de ooggetuigen (Petrus en Jakobus) die in het credo zelf worden genoemd.
Aangezien Paulus’ bekering op de weg naar Damascus (vgl. Handelingen 9, 1-18) doorgaans rond 33–35 na Chr. wordt gedateerd, betekent dit dat hij deze traditie reeds rond 36–38 na Chr. kende. De formulering ervan moet dus nog eerder zijn ontstaan, waarschijnlijk binnen enkele jaren na de kruisiging zelf.
De sceptische nieuwtestamenticus Gerd Lüdemann bevestigt deze vroege datering:
“De elementen in deze traditie moeten gedateerd worden in de eerste twee jaar na de kruisiging van Jezus… niet later dan drie jaar… de vorming van de verschijningstradities in 1 Korintiërs 15:3-8 valt in de periode tussen 30 en 33 n.Chr.” [6].
Binnen het bereik van levende getuigen
Een bijzonder sterk element in deze tekst is dat Paulus verwijst naar meer dan vijfhonderd ooggetuigen, waarvan “de meesten nog in leven zijn”.
Dit is in feite een impliciete uitnodiging tot verificatie. Paulus schrijft de brief 1 Korintiërs rond het jaar 55 na Chr., en stelt zijn lezers in staat om deze getuigen te raadplegen. Paulus zegt in feite tegen zijn lezers: “Als je aan mij twijfelt, kun je het zelf aan deze mensen gaan vragen.” Dit zou een belachelijke en gemakkelijk te weerleggen bewering zijn geweest als het niet waar was.
Dit plaatst de inhoud van het credo stevig binnen het kader van levende herinnering, wat de mogelijkheid van legendevorming aanzienlijk beperkt.
Onvoldoende tijd voor legendevorming
De vroege datering van deze traditie maakt het ontstaan van mythe of legende als verklaring uiterst onwaarschijnlijk. Zoals J. P. Moreland opmerkt:
“Er was eenvoudigweg niet genoeg tijd voor een aanzienlijke ontwikkeling van mythen en legenden die de historische feiten wezenlijk zouden kunnen vervormen. In dit verband heeft A. N. Sherwin-White aangetoond dat zelfs een periode van twee generaties onvoldoende is om een historische kern volledig te laten verdwijnen” [7].
De erkenning van de feiten
Zelfs sceptische onderzoekers erkennen de kern van deze gegevens. Lüdemann schrijft:
“Men kan als historisch zeker aannemen dat Petrus en de leerlingen na Jezus’ dood ervaringen hebben gehad waarin Jezus aan hen verscheen als de verrezen Christus” [8].
Met andere woorden: er is brede consensus dat de eerste christenen daadwerkelijk overtuigingen hadden die gebaseerd waren op wat zij als verschijningen beschouwden.
De overtuiging van de eerste getuigen
Deze overtuiging was geen oppervlakkige of vrijblijvende mening. Vroege bronnen tonen aan dat de leerlingen bereid waren te lijden en te sterven voor hun geloof in de verrijzenis.[9] Zo weten we van bronnen buiten het Nieuwe Testament dat Jakobus werd gedood door de Joodse autoriteiten en dat Paulus werd geëxecuteerd in Rome [10].
Het cruciale onderscheid is dat zij niet stierven voor een overgeleverde ideologie, maar voor wat zij beschouwden als hun eigen ervaring. Zoals Habermas en Licona opmerken:
“Moderne martelaren sterven voor wat zij geloven dat waar is. De discipelen van Jezus stierven voor wat zij wisten waar of onwaar te zijn” [11].
Meervoudige en onafhankelijke bevestiging
De verschijningen worden bovendien bevestigd door meerdere vroege en onafhankelijke bronnen [12]. Zo wordt de verschijning aan “de twaalf” niet alleen vermeld door Paulus, maar ook in de Evangeliën (bijvoorbeeld Lucas 24:36-42 en Johannes 20:19-20).
William Lane Craig concludeert dan ook:
“Het bewijs maakt het zeker dat op verschillende momenten verschillende individuen en groepen de ervaring hebben gehad Jezus levend te zien na zijn dood. Deze conclusie is vrijwel onbetwist — en daarom ook niet betwist” [13].
Conclusie
De gegevens rond de verschijningen van de verrezen Christus behoren tot de best onderbouwde feiten uit de oudheid.
We beschikken over een uitzonderlijk vroege traditie, geworteld in de eerste jaren na de gebeurtenissen, bevestigd door meerdere bronnen, en verbonden met concrete ooggetuigen.
De eerste christenen verkondigden de Verrijzenis niet als een latere theologische ontwikkeling, maar als een overtuiging die vanaf het begin centraal stond — gebaseerd op wat zij beschouwden als werkelijke ontmoetingen met de Verrezen Jezus.
Voetnoten
[1] Gary R. Habermas en Michael R. Licona, Het bewijs voor de verrijzenis van Jezus (Grand Rapids: Kregel, 2004), p. 44.
[2] Voor meer informatie over de historische betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament, zie Craig Blomberg, De historische betrouwbaarheid van de evangeliën, 2e editie (Downers Grove: IVP Academic, 2007), en F.F. Bruce, De documenten van het Nieuwe Testament: zijn ze betrouwbaar?, 6e editie (Grand Rapids: Eerdmans, 1981).
[3] Aaron Brake, Cross Examined.org, The minimal facts of the Resurrection, https://crossexamined.org/the-minimal-facts-of-the-resurrection, gezien op 18 Maart 2026.
[4] 1 Korintiërs 15:3-8.
[5] Jones, In Defense of the Resurrection, Spring 2010.
[6] Gerd Lüdemann, The Resurrection of Jesus: History, Experience, Theology, trans. John Bowden (Minneapolis: Fortress, 1994), 38. [7] J. P. Moreland, Scaling the Secular City (1987), 156.
[7] J. P. Moreland, Scaling the Secular City: A Defense of Christianity (Grand Rapids: Baker, 1987), 156.
[8] Gerd Lüdemann, What Really Happened to Jesus?: A Historical Approach to the Resurrection, trans. John Bowden (Louisville: Westminster John Knox, 1995), 80. Lüdemann appeals to hallucinations as an explanation.
[9] Lucas, Paulus, Josephus, Clemens van Rome, Clemens van Alexandrië, Polycarpus, Ignatius, Dionysius van Korinthe, Tertullianus, Origenes en Hegesippus. Zie Habermas en Licona, The Case for the Resurrection of Jesus, 56–62.
[10] Josephus, Joodse Oudheden 20.9.1; Tertullianus, Scorpiace 15.
[11] Habermas and Licona, The Case for the Resurrection of Jesus, 59.
[12] Paul, Creeds (1 Cor. 15:3-8), Sermon Summaries (Acts 2), Matthew, Mark, Luke, John, Clement of Rome, Polycarp. See Habermas and Licona, The Case for the Resurrection of Jesus, 51-56. [13] William Lane Craig, Reasonable Faith, 381.
P. Jean
3. Kerk en wereld
De volgende generatie zal een generatie zijn die aan de eeuwigheid bouwt, aldus Louis Guéry, algemeen directeur van de Franse organisatie SOS Calvaires (Renaissance catholique). Deze organisaties werkt met vele vrijwilligers aan het oprichten, herstellen en verzorgen van de Calvaries over heel Frankrijk als het kostbare christelijke patrimonium. Verschillenden van hen zijn bekeerlingen, die tot een vurige liefde gekomen zijn voor Jezus, gestorven en verrezen. Een van hen was een ongelovige trucker die op Goede Vrijdag 2023 plots voor zich twee Romeinse soldaten zag en tussen hen in, de gegeselde en bebloede Christus, ontdaan van zijn klederen. Hij begreep dat Christus voor hem geleden had. Het veranderde zijn leven. Hij zocht een priester, volgde een geloofsvorming en werd gedoopt. Sindsdien is hij een van de gedreven bouwers van de Calvaries.
Een groot kruis langs de weg. Auto’s rijden voorbij, maar de chauffeurs zien het wel. En de kruisbeelden in de velden! “Hoezeer verdienen ze het centrum van ons leven te zijn”. “Deze kruisbeelden zijn draaischijven op de kruispunten van de wegen. Wij willen er ontmoetingsplaatsen van maken voor allen die zich willen verenigen aan de voet van het kruis, schouder aan schouder, de hoofd in de lucht en de vreugde in het hart’”. “Immers, alleen onze aandacht geeft hen hun waarde. Daarom redden wij de Calvaries. Wij redden de stenen en door de stenen te herstellen zal het Kruis, zo hoop ik, ons redden”: https://lesalonbeige.fr/la-generation-qui-vient-est-une-generation-de-batisseurs-deternite/
***
Boeiend bekeringsverhaal van Nikki Kingsley, een vrouw in een Pakistaanse liberale moslimfamilie opgegroeid. Ze huwt en krijgt 2 kinderen maar het is 15 jaar een ongelukkige relatie en ze vertrekt met haar kinderen naar Amerika. Ondertussen is ze een zeer vrome moslimvrouw geworden. Ze is vast overtuigd dat de islam de enige echte godsdienst is. Ze wil echter weten wie God eigenlijk is. In New York gaat ze de kathedraal binnen en vraagt dat Allah haar zou vergeven omdat ze dit huis van “ongelovigen” binnengaat. Daar hoort ze Maria’s stem en gaat de Mariakapel in. Het geeft haar een gevoel van warmte en liefde, die ze in de islam nooit heeft gekend. Later ervaart ze Jezus en Maria die samen naast haar bed staan. Al haar frustraties, twijfel en onzekerheid die ze in de islam had, vallen weg en ze erkent Jezus als Zoon van God en Maria als zijn en haar moeder: https://www.lifesitenews.com/episodes/muslim-womans-shocking-visions-of-jesus-mary/?utm_source=most_recent&utm_campaign=usa
***
Enkele weken geleden berichtten we over dit moedig verzet. De Roemeense norbertijner abt van de abdij van Oradea die door de plaatselijke overheid verplicht werd zijn abdij te verlaten maar, gesteund door vele geloven toch bleef, kreeg nu van de hogere overheid gelijk. De Roemeense eerste minister en de staatssecretaris voor Religieuze Zaken laten hem nu weten dat de plaatselijke overheid geen enkel recht heeft om de abdij over te nemen: https://lesalonbeige.fr/le-gouvernement-roumain-defend-un-abbe-catholique-menace-dexpulsion-par-un-lobby-franc-macon/
In Frankrijk zullen er met Pasen dit jaar meer dan 13.000 volwassenen (28 % meer dan vorig jaar!) gedoopt worden en meer dan 8.000 adolescenten (boven 10 j), (10 % meer dan vorig jaar): https://lesalonbeige.fr/nouvelle-hausse-des-baptemes-dadolescents-et-dadultes-en-france/
4. Nieuws uit de gemeenschap
Maandagavond namen we deel aan de grote completen in het kleine 6e -eeuwse orthodoxe kerkje in Qâra, voorgegaan door abuna Paisios van ons naburige dorp Deir Athieh en een groep meisjes als voorzangers. Er zijn in Qara geen orthodoxen meer maar er is een goede band tussen de Melchitisch-katholieke parochie van Qara en de orthodoxe in Deir Athieh. Zo baden we samen het gebed waarmee iedere gewone dag in de vasten eindigt.
Vorige vrijdag baden we voor het laatst in deze vastentijd de grote Akathisthymne ter ere van O.L. Vrouw.
Een 30-tal jongeren van de Bible Society Syria hielden een driedaagse bezinning in de nieuwbouw. We hadden een erg goed contact met hen. Deze jongeren blijken zeer gemotiveerd te zijn om het christelijk geloof volgens het Woord van God uit te dragen, en enkelen onder hen zijn overtuigd in Syrië te blijven – een heuse uitzondering op de alom populaire Exodus-gedachte die bij de overgrote meerderheid van de Syrische christelijke jongeren leeft.
Woensdag vierden we het feest van de Aankondiging van Maria met de byzantijnse liturgie. Dit wordt tegelijk in oost en west gevierd. Hiermee wordt Maria terecht vereerd als “Theotokos”, de Moeder van God, zoals het oecumenisch concilie van Efese in 431 al bepaalde.
5. Enkele foto’s
Laatste Akathisthymne in crypte
Completen in het orthodoxe kerkje van Qâra
Jongeren van de Bible Society Syria
Feest van Aankondiging van Maria










