20.46
21 November 2025
1. Meditatie: 60e verjaardag van Vaticanum II (1)
Op 8 december 1965 werd de slotvergadering gehouden van het Tweede Vaticaans Concilie in de Sint Pietersbasiliek te Rome. Er waren enkele honderden deelnemers minder aanwezig dan de 2540 bij de opening op 11 oktober 1962. Aan deze slotviering kon iedereen met een toegangskaartje deelnemen. Vermits ik als pas gewijde priester in 1964 naar Rome gestuurd werd, heb ik deze laatste sessie kunnen bijgewoond.
Deze veruit belangrijkste religieuze gebeurtenis van de 20e eeuw, bracht uiteindelijk 16 conciliedocumenten voort: 4 constituties als de belangrijkste teksten, 9 decreten voor de pastoraal, 3 verklaringen over actuele aangelegenheden. Vaticanum II is een “oecumenisch” concilie in de zin van de ‘oecumene’ als ‘bewoonde wereld’: vergadering van kerkleiders uit heel de wereld.
Er waren evenwel geen vertegenwoordigers vanuit de Volksrepubliek China en de Sovjetunie liet slechts enkele bisschoppen gaan. De Poolse Mgr. K. Wojtila, de latere paus Johannes-Paulus II, kon daarom ook niet aan alle sessies van Vaticanum II deelnemen. Hoewel dit concilie meer “oecumenisch” was dan ooit voorheen, moeten we toch toegeven dat het vooral de stempel van de westerse kerk droeg. Zij had het geld, het intellectuele overwicht en beheerste de media. Pas met de synode over de evangelisatie in 1974 kwamen niet-westerse kerken op de voorgrond en speelden de Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse kerken met hun fris geloof een hoofdrol.
Wanneer paus Johannes XXIII op 25 januari 1959 aankondigde dat hij het Tweede Vaticaans Concilie wilde samenroepen voor een “aggiornamento” van de Kerk, was dit een volkomen verrassing. ‘Aggiornamento’ betekent “bij de dag/tijd brengen”, laten we zeggen, de kerk aan de tijd aanpassen, moderniseren. En hoe was die tijd toen? Het was de tijd van de “golden sixties” met een hoogtepunt (of dieptepunt) van de revolutie van mei ‘68: alles kan, alles mag, het is verboden te verbieden…
Herman Kahn (+ 1983), een van de invloedrijkste Amerikaanse futurologen en economisten verzekerde zijn tijdgenoten dat alle grote problemen vóór het jaar 2000 opgelost zouden zijn! Er was geld genoeg, er waren genoeg technische middelen en velen leefden in de illusie dat de wetenschap binnen afzienbare tijd alle mysteries van het universum zou opgelost hebben!
Als studenten in Rome genoten we van vele uitzonderlijke mogelijkheden. Nagenoeg iedere avond konden we ergens in de stad gaan luisteren naar een of andere beroemde theoloog, filosoof of denker: Henri de Lubac, Karl Rahner, Paul Ricoeur…Ik herinner me nog hoe bij een van die sprekers een oude kardinaal aanwezig was. Hij had gans de voordracht op de eerste rij geslapen, werd daarna door twee priesters op het podium gedragen en gaf een perfecte samenvatting van de voordracht!
Er heerste toen een groot optimisme. Kerkleiders zijn altijd, evenals alle gelovigen, min of meer mensen van hun tijd. Met het “aggiornamento” sloop er mogelijk al vanaf het begin een pijnlijk misverstand binnen, namelijk het (al te menselijk) verlangen naar een gouden tijdperk in de Kerk als een nieuw (menselijk) Pinksteren. In ieder geval leefde er bij verschillende gelovigen het verlangen om het Evangelie aan te passen aan het enthousiasme van de moderne tijd. Hiermee was een drang naar uiterlijke vernieuwing verbonden en een algemene opinie van “vroeger mocht het niet, nu wel”.
Dit was ver verwijderd van de eigenlijke inhoud van de teksten van Vaticanum II en van de geest van het concilie. Het was ook ver verwijderd van de authentieke geest van de kerkelijke leer, die vraagt dat we onze tijd en deze wereld zouden doordringen met de geest van het Evangelie en niet omgekeerd. Jezus’ Kruis blijft centraal staan in het christelijk geloof en dat kun je nooit ‘aanpassen’ aan de geest van gelijk welke tijd.
De goedlachse en humoristische paus Johannes XXIII was eigenlijk helemaal niet zo modern of revolutionair, zoals sommigen hem achteraf verweten. Hij was erg behoudsgezind. Als paus heeft hij ook nauwelijks een stap buiten het Vaticaan gezet en na de eerste sessie van Vaticanum II liet hij zich terloops ontvallen dat hij dacht dat het concilie nu wel spoedig zou eindigen. Het heeft in feite vier sessies geduurd, telkens in de herfst van 1962, 1963, 1964 en 1965. Johannes XXIII heeft met het concilie iets in gang gezet waarvan hij de uiteindelijke omvang en de gevolgen niet had voorzien.
Een beslissende gebeurtenis in het begin van het concilie was de afwijzing van de door de curie aangestelde deskundigen die de concilieteksten zouden samenstellen. Deze werden vervangen door vooral theologen van de “nieuwe theologie”. Vervolgens werden ook de voorbereidende teksten zelf verworpen, opgemaakt door het toenmalig “Heilige Officie” (Congregatie of Dicasterie voor de geloofsleer), onder leiding van kardinaal P. Felici (+ 1982). Deze laatste werd door de “nieuwe theologen” beschouwd én bestreden als uitermate behoudsgezind. Ziedaar de twee belangrijkste tegengestelde strekkingen van het concilie.
Toch mogen we deze tegenstelling niet dramatiseren en moeten we ze ook relativeren. Wanneer bisschoppen uit de hele wereld samenkomen in een concilie, moet het uiteindelijk hun stem zijn die de boodschap bepaalt en niet een document door theologen vooraf opgemaakt (wat evenmin de bedoeling was). Zo luidde ook de duidelijke opmerking van de pientere jonge, theologische adviseur van kardinaal Jozef Frings van Keulen, Jozef Ratzinger: het moeten de bisschoppen zelf zijn die de inhoud bepalen.
Vervolgens mogen we niet vergeten dat de voorbereidende teksten wel werden afgewezen maar niet geheel naar hun inhoud verworpen. Een belangrijk deel van hun inhoud werd in de nieuwe teksten hernomen.
Vaticanum II wekt nog steeds hevige, tegengestelde reacties op. De pausen na het concilie hebben zich uitdrukkelijk ingespannen om Vaticanum II toe te passen. De Priesterfraterniteit van de Heilige Pius X (FSSPX) daarentegen verwerpt uitdrukkelijk de grote constituties over de liturgie en over de Kerk in de wereld van deze tijd, alsook de verklaringen Dignitatis humanae over de godsdienstvrijheid en Nostra aetate over de houding jegens de niet-christelijke godsdiensten.
In plaats van onvoorwaardelijk dit concilie te verdedigen of heftig te bestrijden willen we ons eerder wenden tot de inhoud van haar boodschap. Sommigen zijn tegen, anderen zijn voor Vaticanum II, maar wij willen eerder horen bij hen die de teksten gelezen hebben en de boodschap trachten te verstaan. Hierdoor hopen we in de komende periode een aantal belangrijke misverstanden op te ruimen. Vooraf willen we echter nog de stroming van de “nieuwe theologie” toelichten omdat zij een belangrijke drijfveer werd in het Concilie in de spanningen tussen “traditionalisten” en “progressisten”, die nu nog voortduren.
P. Daniel
Spiritualiteit: Eenheid van de ziel met God (22)
Vijfde verblijf: De wil
We zijn aangekomen bij de vijfde woning, die van de wil, op onze innerlijke reis naar eenheid met God. De wil is de oriëntatie van ons hart: wat ons diepste wezen aantrekt, wat wij kiezen, waaraan wij ons innerlijke instemming geven. God zegt: «Mijn zoon, geef mij je hart» (Spreuken 23,26).
De wil van het hart is als een pijl die ons naar het uiteindelijke doel leidt: de eenheid met God. Daar wordt de goddelijke uitnodiging bevestigd: «U zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw kracht» (Deuteronomium 6,5).
Vandaag onderzoeken we hoe onze wil om God diep en oprecht lief te hebben vaak wordt vertroebeld door egoïsme, en hoe wij kunnen leren een volledig en onvoorwaardelijk ‘Ja’ aan God te geven — een voorwaarde sine qua non om verder te gaan op het pad van eenheid met God. Moeder Agnes Mariam van het Kruis legt uit:
1. Keuze: aarzelend, gemotiveerd of definitief
Een keuze kan verschillende vormen aannemen:
soms aarzelend, verlegen, terughoudend: ik kies voor het minste kwaad;
soms gemotiveerd, utilitair of tijdelijk: voor nu is dit het beste;
soms definitief, onherroepelijk: zo zal mijn leven zijn; zo zal de Heer mijn leven leiden.
Bij sommige keuzes is er zelfs een radicale inzet:
Ik zal strijden voor mijn vaderland, zelfs als ik moet sterven.
Ik geef mijn hele leven aan de Heer, ik ben bereid.
Een dergelijke keuze is een handeling van eenheid. Wij worden wat wij kiezen.
2. Ware keuze en hypocrisie: de gelijkenis van de twee zonen
Vaak maken we keuzes die in werkelijkheid schizofreen zijn: ik zeg één ding, maar doe iets anders. Christus toont dit in de gelijkenis van de twee zonen:
De eerste zegt: «Ja, Heer», maar gaat niet werken: dit is leugen en hypocrisie.
De tweede zegt: «Nee, laat me met rust», maar vervult uiteindelijk de wil van zijn vader.
Wie doet werkelijk de wil van de vader? Degene wiens daad overeenkomt met de innerlijke keuze. De wil is authentiek wanneer de keuze in actie wordt omgezet.
Samengevat: Ik + mijn keuze = mijn daad. Deze daad onthult wie ik werkelijk ben.
3. De wil hangt alleen af van wat we willen
De kern van de wil hangt uitsluitend af van de richting die wij willen inslaan. Niets van buitenaf is verantwoordelijk. Als ik traag, besluiteloos of slaperig ben, is het niet de schuld van de gebeurtenissen of anderen; zij onthullen slechts wat ik werkelijk ben.
Voorbeelden van dit principe zien we bij situaties zoals een aanranding in een metrostation waar niemand ingrijpt — een verzuim. Dit kan voortkomen uit angst, eigenbelang, onverschilligheid of zelfs haat. Maar in alle gevallen is het een keuze. En we zullen geoordeeld worden naar onze keuzes.
4. Geoordeeld op onze werken: het werk onthult het hart
Wanneer de Heer zegt: «Gij zult geoordeeld worden naar uw werken», betekent dit:
achter het werk staat het woord,
achter het woord staat het hart.
Sommigen zeggen ja maar denken nee; anderen zeggen ja om te laten zien dat ze goed gelovig zijn. De Heer kijkt niet naar uiterlijk of resultaat, maar naar het waarom:
Waarom heb ik gekozen?
Waarom heb ik gehandeld?
Hoe heb ik gehandeld?
Het eindproduct — ik, mijn keuze, mijn daad — onthult mijn ware identiteit. Deze dynamiek is bijna trinitair: Ik – mijn keuze – mijn daad: hier ligt mijn openbaring.
5. Het hart gericht op wat het begeert
Voor de God der geesten zijn wij als doorzichtige vaten die naar hun verlangen hellen:
hellend naar egoïsme,
hellend naar achteren uit angst,
hellend naar de buik door gehechtheid aan passies.
Wij hebben allemaal het gezicht van onze keuzes. Want «ik» is een openbaring. En de Heer doorgrondt het waarom van mijn daden.
6. Innerlijk gevaar: geheime instemming met het kwade
Het gebeurt dat wij iemand innerlijk haten zonder dat iemand het ziet. Uiterlijk lijkt alles correct; innerlijk koester ik een vijandigheid, een wrok die ik bewaar. Wanneer ik dit kwaad in mezelf accepteer, vereniging ik mij met deze gedachte en vorm ik mij naar dat beeld.
Evagrius de Ponticus zei dat de verleiding van de monnik een gedachte is die in zijn hart komt en hem stuurt. Zo blijft de fundamentele vraag altijd: Waar is uw hart?
7. Het oog van het hart: licht of duisternis
Wanneer Jezus zegt: «Het oog is de lamp van het lichaam», bedoelt Hij het oog van het geweten, dat rond het hart draait en ziet waarom ik kies. Als dit oog helder is, is mijn hele wezen in het licht. Als het oog duister is, woon ik niet in mezelf. Helder zien maakt mij verantwoordelijk en in staat mij te oriënteren naar het licht. Niet zien sluit mij op in duisternis.
8. Het christendom is geen lijst om af te vinken
Veel religies zeggen: Doe dit en gij zult gered worden.
Het christendom werkt niet zo.
Jezus zegt tegen de jonge man:
— Kent gij de geboden?
— Ja, ik heb ze gehouden.
— Ga dan, verkoop alles, geef aan de armen en volg Mij.
Met andere woorden: begin, en stop nooit meer. Bij Jezus is er geen plafond, geen stereotype moraliteit. Witte grafstenen zijn mooi van buiten, maar binnen zijn ze verrot. Christus kijkt naar het hart.
Conclusie: De wil als plaats van eenwording
De vijfde woning, die van de wil, nodigt ons zonder reserve voor de Heer te kiezen — zonder hypocrisie: «Wie vader of moeder meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waard, en wie zoon of dochter meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waard» (Matteüs 10,37).
Wat ik kies en doe, onthult wie ik ben. De ultieme vraag die de Heer stelt is eenvoudig: Waar is uw hart?
Dit wordt passend geïllustreerd door het advies dat Koning David aan zijn zoon Salomo meegaf: «Salomo, mijn zoon, ken de God van uw vader en dien Hem met een toegewijd hart en een bereidwillige ziel, want de Heer doorgrondt alle harten en dringt door tot alle voornemens en gedachten. Als u Hem zoekt, zal Hij door u gevonden worden [= eenheid met Hem]; maar als u Hem verlaat, zal Hij u voor altijd afwijzen» (1 Kronieken 28,9).
3. Kerk en wereld
Adembenemend getuigenis van een jonge Belg, die zich als adolescent bekeert tot de islam en uiteindelijk de liefde van God in Jezus Christus ontdekt, Bruno Guillot, alias Soulayman. Hij wordt een briljant student in Medina, aan een van de meest gezaghebbende en strikte islamitische universiteiten, meegesleept door een totalitaire ideologie. Hij kan de Koran van buiten opzeggen en bekeert als salafistische imam honderden christenen tot de islam. Dan komt er een tijd dat Hij begint te twijfelen aan de Koran, hij is ontgoocheld. Volgens de islam zou iemand anders in Jezus’ naam gekruisigd zijn. Het getuigenis van de Evangelies is helder. De grote leraren van de islam geven allen een andere, verwarde uitleg.
Volgens de islamitische traditie zou vervolgens Abraham zijn zoon Ismaël geofferd hebben. Wanneer hij echter zelf de Koran bestudeert, ontdekt hij dat de tekst dit niet expliciet zegt: de Koran spreekt enkel over “Abrahams zoon”. Pas later vult de islamitische overlevering dit in als Ismaël. Wanneer hij deze traditie grondiger onderzoekt, merkt hij bovendien dat er onder moslimgeleerden zelf geen eensgezindheid bestaat: sommige auteurs identificeren de zoon als Isaak, anderen als Ismaël. Dat is problematisch, aangezien de islam haar eigen oorsprong en identiteit verbindt met de afstamming van Ismaël.
Daarnaast begint hij na te denken over het islamitische geloof dat Jezus zal terugkeren om te oordelen. Degene die oordeelt, staat logischerwijs boven degene die geoordeeld wordt. Dat betekent dat Jezus dus ook Mohammed zal oordelen.
Jezus wordt meer dan zeventig keer in de Koran genoemd, terwijl Mohammed slechts vier keer expliciet voorkomt. Voor hem wijst dit alles op innerlijke spanningen en tegenstrijdigheden binnen de Koran en de islamitische traditie.
Zijn zekerheden storten in. Hij ontdekt de liefde van God in Jezus Christus als het werkelijke en zuivere licht van de wereld.
In hem openbaart zich een wereld van Europese jongeren, die leven in een geestelijke leegte, klaar voor iedere radicalisatie. Zij verlangen naar een absolute waarheid en willen ergens bijbehoren waar zij zich totaal kunnen inzetten. En hierin ligt ook de mogelijkheid van hun ware her opstanding, zoals bij Bruno. Adieu Soulayman. Itinéraire d’un imam salafiste, Nour Al Aalam, 2025 : https://lesalonbeige.fr/bruno-guillot-jai-execre-la-societe-occidentale/
S.O.S. Calvaire kent in Frankrijk een groeiend succes. Alexandre Caillé, de voorzitter van de vereniging, ziet het als hun bijdrage aan het her- christenen van de samenleving. Als fraterniteit van 4000 vrijwilligers evangeliseren zij heel concreet met de handen door over heel Frankrijk Calvaries te herstellen of te plaatsen. Zo herstellen zij het christelijk patrimonium in de maatschappij en in het leven opdat Christus’ Rijk mag heersen. Hierdoor getuigen zij dat de rijkdom van onze beschaving ontstaan is uit het Kruis van Christus en dat ons heil, persoonlijk en als gemeenschap alleen maar van het Kruis kan komen. Uiteraard worden ze door sommige burgemeesters en politici gesteund en door anderen heftig tegengewerkt: https://lesalonbeige.fr/pour-quil-regne-dans-nos-campagnes/
Waar zijn enthousiaste Vlaamse of Belgische jongeren die verlangen zich op dergelijke wijze concreet in te zetten voor de Weg, de Waarheid en het Leven?
4. Enkele foto’s
De fraters trachten met de laser machine mooie houten gebruiksvoorwerpen te maken in de hoop ze ergens te kunnen verkopen: ’n doosje voor kleenex, ‘, staander voor smartphone, allerlei vormen van verlichting, kruisbeelden…











